Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



Onder het zachte lamplicht dat van de mat-gouden lijst uit over het doek schijnt, dringt zich, dat eerste oogenblik, een verhardheid op in het roomig elpenbeen van haar hoofd, hals en handen. Wat zoekt hij nog, dringend, naar haar, in die opgedreven wijdschheid van dit beeld? Het is of al wat hij in haar saamge-drongen heeft gezien, en gereed om door hem te worden aangewend tot innig beleven van de menschenwereld, hier, eer het bezield werd, ontvouwen is en uitgedijd tot een valsch bescheiden vertoon van in haar grond louter materieele waardigheid. Mattijssen heeft niet al de ideëele lust van zijn loopbaan aan deze bijzondere kans op portret-bestellingen overgeleverd. Hij woont hier niet, hij schildert hier in de buurt; het brengt hem af en toe in aanraking met de kringen waar hij voor zijn werk belangstelling kan ondervinden. Hij heeft een laatsten galm opgevangen van den roep over Louise van der Wal: mooiste meisje van haar kring; rijk, op school en overal omstreden; bij school ook gehinderd, of lastig gevallen, of brullend aangevallen door een van verliefdheid uitzinnigen jongen; ook een keer aangerand door een grooter onguur typ; haar houding daarbij zoo sympathiek, naïef verontwaardigd; door haar sportieve medeleerlingen ontzet. Mattijssen heeft die glorie, uit de cocon van Eli’s omdroomende bezigheid als een ontijdige en links-klepperende vlinder opgejaagd, gegrepen. En, met zijn eigen verheffing hersteld, heeft hij ze tot de schilderij gemaakt die het meisje voor haar kring zet, in den uitersten glans van de levensgereede jeugd, die daar graag aanvaard wordt. Hij heeft haar dun, zonder opstoppingen van den verf-vloed, maar ook zonder volheid, en vlot geschilderd, in een aangepast impressionisme dat de vormen en kleuren hun afzonderlijke waarde tegenover elkander niet meer ontneemt. Al weet hij niet precies waarom: hij vreest dat de vaders van deze jonge vrouwen een duidelijk overzicht van de dingen eischen; zij zijn niet gewend aan dat, wat zich tot massa gaat ontgrenzen. Eenmaal daar, in het helderste, het meest duldende plekje van hun beschouwing aangekomen, heeft de schilder het plezier aan zijn vak en aan de schoonheid van het meisje beleefd. Hij heeft haar, driekwart-levensgroot, tot boven de knie, geschilderd tegen een verbeelden achterwand van rijp olijf-groen, met matte goud-moppen rustig opgewekt. Het crème van een kanten kraag, iets lichter dan het room van haar hals en gezicht; de paarlemoeren glansjes van het waaiertje in haar rechterhand; een lichte pot van verfijnd ruig Vermeer-

326

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.