Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



tientje in de week neerlegt. Rekent hij soms op iets anders? Lacht hem uit in zijn gezicht, als hij durft aan te komen. En hier, hier gaan ze. Addenom, addenom, prachtig en schoon zijn ze vandaag.

Eli betrapt hem even later op zijn loenzende blikken; Ozer kijkt zoo geschrokken en verstoord, dat de jongen omlaag en langs hem heen ziet alsof hij geen vermoeden heeft van Ozer’s houding. Daarna nikt hij koel-gemeenzaam en laat Ozer dankbaar getroffen achter, als hij met den sleutel naar Hanna gaat. „Heb je’m meegebracht?”

„Ik heb’m bij me, maar ik geef’m niet. Nee, ik geef die sleutel niet weg. Maar ga maar mee, dan zal ik je wel helpen om je geheimzinnige schat te bergen.”

„O jee,” lacht Hanna, „die sleutel dat is zijn talisman. De talisman van de Tallesman (tallis-bidkleed) niet?”

Zij lachen, en hij vindt haar kneepje in zijn wang aardig. Zij is toch een beetje zusje gebleven.

„Zeg Hanna, vrij jij nou met Marius?”

„Gekke jonge; je mag niet zulke malle dingen vragen, hoor.” „Hè! Hanna! Ik bedoel: ga jij nou met Marius trouwen?”

„Ja natuurlijk broertje. Maar morgen nog niet. Hij moet toch zeker eerst een positie hebben?”

„Een positie? En zoent-ie je nou?”

„Zeg, ben je over me aangesteld? Natuurlijk zoent-ie me wel es. We houen toch van elkaar. We schieten toch met elkaar op, zooals Marius zegt.”

„Gekke meid.”

Hij kijkt naar haar. Van trouwen, gelooft hij daar iets van? Maar Liefde is voor hem geen trouwen. Trouwen is iets mufs. En Liefde is iets heerlijks, dat geen rem of stootmuur duldt. En in Hanna’s voorstelling, is het spel tusschen Marius en haar niet zooveel anders. Het is niet zoo dat Hanna niet aan trouwen gelooft; zij denkt eenvoudig niet aan die mogelijkheid; en zij vindt, dat zij zich als zooveel meisjes van haar leeftijd, toch een voorproefje van het liefdes-geluk, dat wil zeggen, een voorproefje van het geluk van gevleid te worden, wel mag gunnen. Sinds de beide jongens van Oome David weg zijn, en die stoeiden hoogstens een oogenblik met haar, is er immers zoo goed als geen enkele arme jongen met wien zij zou kunnen „gaan”? En is het dan geen tijd voor haar, om met iemand te „gaan”? Dat komt zoo van zelf. En waarom zou ze het dan niet willen? Als het zoo’n „schoonheid” van een jonge is? waar

323
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.