Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



„Ik wou iets in de schuur bergen, maar in het geheim, zie je.” „Ik heb’m thuis. Ik zal je’m straks brengen. Ik wou nog even bij Herman en Ozer goeiendag zeggen, en bij Oome David. Dan kom ik bij je.”

Hij neemt afscheid van Max, van Rosa en van broer Jozef, die thuis is, omdat het Zaterdag-namiddag is.

„Potverdorie,” zegt die, tusschen Jankef’s huis en zijn nieuwe omgeving verdwaald, „het is me wel een toestand die je gemaakt hebt zeg. ’t Is goed, dat je weg gaat, hoor. Ja, je bent mij niet in de weg, dat weet je wel.”

„Verdikkeme,” lacht Max, „dat moest der nog bij-komen. Je ziet’m nooit.”

„Nou maar, ik zou maar hard mijn best doen, en flink aanpakken.”

„Dat komt op hetzelfde neer,” spot Max met den schoolmeester.

„Lijkt me de eenige manier om het te laten vergeten,” knikt Josef vriendelijk beslist, van achter zijn lorgnet. „Ja, nou, geen schuld, laten we daar nou maar niet over praten. Ik ben de aangewezen man niet, om je af te vallen moet je maar denken! Maar ’t is leelijk, hoor. Neem mijn raad aan, Eli, en blok hard aan. Heusch hoor.”

„Och, dat doet-ie wel,” prosteteert Max.

„Hij heeft een uitstekend hoofd,” troost Rosa met opgetrokken brauwen.

„Laat ze maar preeken hoor,” lacht Max met zijn baard in de keel. „Jij houdt je maar taai. Al die wijsheid achteraf, daar doe jij ook niet veel mee, wat zeg jij nou.”

Zijn stevige handdruk lijkt nu wel niet het opheffen van alle uitgesproken bezwaar, maar toch de verzekering van zijn hartelijke wenschen voor Eli’s aannemelijken en veiligen loopbaan. Warme vriendelijkheid krijgt hij van Max mee, en dan nog vriendschap onder voorbehoud. Niet genoeg om blij mee te zijn; te veel om te kunnen worden afgewezen.

Rij Oome David stuit hij, behalve in Roosje en Ezra, op zulk een onwil, dat hij tegenover de groote meiden en tante Jetje als verloren in de kamer staat en spijt moet hebben van zijn binnenkomst. Tante Jetje kijkt op zij en spreekt met nijdigheid uit haar harde koontjes, haar hatelijkheid tegen Eli tot haar dochters uit: „Wie laat die deur dan open! Maak die deur dan es dicht, ’t is hier niet uit te houen van de tocht!” Als zij eindelijk niet meer aan zyn opzet om afscheid te nemen ontkomen kunnen, wordt het: „Wat kom je dan doen, Eli?

319

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.