Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



ingewanden proeven om, hoe, hoe, zich te zetten en zichzelf te zijn.

Vol genade zijn die laatste vrije dagen. Zelfs Betje van Gelde-ren houdt zich koest; zij is dan ook werkelijk tevreden: een levende belemmering van haar bewegings-gemak en haar machts-groei de deur uit straks. En toch is zij door den geest van het huis nog genoeg gegrepen, om zich schuldig te voelen, en een beetje bang voor de straf die, van Godweet waar, van Jankef, over haar ongewisse plaats zou kunnen aankomen. En dus heeft zij pijnlijk onhandige woordjes, ondragelijke verlegenheden die hij nooit van haar ervaren heeft, en zij is zoowaar de deur uitgedribbeld en ondergoed gaan beredderen, voor als hij daar „bij die ’eeren moet gaan leeren.” Zij eischt geen enkele hulp van hem in het handeltjes-werk, en laat hem den gast thuis, den gast die straks de familie in een lichtklomp van geleerdheid zal zetten. Jankef zegt dat het toch nog maar niet zoo min is, en Betje weet niet hoe zij dat beeld dat van Eli ge-tooverd wordt, in haar voorstelling van nu, en in zijn werkelijkheid van de toekomst, zal moeten naderen. Hoeveel geld zal hij wel gaan verdienen? Zij begrijpt niet hoe men daar lust en vermogen toe heeft: heeregod, zij vindt het sjouwen met de kar al heerlijk, en as je doorzet, altijd maar doorzet en zuinig bent en de boel niet onnut vergooit, dan heeft een mensch toch misschien daar nog wel kansen bij.

En Jankef geeft zoo gauw geen kamp. Hij weet nog een enkel goed oogenblik met Eli te bereiken, van eenheid, van onuitgesproken, maar hooggestemde vriendschap. Zoo opeens, bij grijsgedekt weer, vraagt hij Eli even mee, zonder eenigen noodzaak, voor een boodschapje zonder moeite. Zij loopen samen langs een grachtje, zwijgend, door het stil-geruchtige laat-herf-stige stadje, dat soms als belegd kan staan met gestold herinne-rings-stuifsel, parelend onder het grijze licht, trillend om de kontoeren die levend schijnen en gesloten, als gevuld met het bewustzijn dat hun blikken er op uitzenden.

Hoe weet Jankef het, dat het zoo volmaakt het oogenblik is voor die zachte harmonie? Hoe weet Eli het, dat hij niet aarzelt om mee te gaan en ze te nemen? Even die schoone boodschap, en terug. Over geen enkele moeilijkheid wordt gesproken, en nauwelijks een enkel woord, als zonder zin. Zij zijn samen; de lijn van vader’s schouder is onbegrijpelijk ontroe-

20

305

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.