Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



lui kent die in den handel zijn en die zoo’n prettig leven hebben. En dat de joden pienter zijn in den handel, en dat zij daar „gelijk in hebben”. Dat het niet geeft wat je doet in de wereld als je maar je eigen innerlijke leven vast houdt. Dat heeft Eli ook wel eens gedacht; maar hij twijfelt toch.

„Vindt U het prettig om te schilderen?”

„Ja welzeker, anders zou ik het toch niet gekozen hebben.”

O juist, goed zoo; want voor hem lijkt het hier toch niet hetzelfde, of iemand koopman wordt, of schilder, of Sjoel-zanger. En hij ziet, met verheerlijking en verbazing, dat bestaan aan: in het land te zitten, te maken wat je het liefste wilt, en tevreden te zijn omdat je alle moeite legt in dat wat je verlangt goed te doen. Je leven dus te besteden aan werk dat enkel plezier voor je is; dien indruk kan hij niet gauw weer kwijt. Vrijheid en toch arbeid. Vervulde plicht en toch gelukkigheid. Arbeid en toch geen beleediging van handen en voeten of verpletterende moeheid. Spel en toch nuttigheid, zonder den dwang van iemand die over je te bevelen heeft. Hoe kan dat bestaan? En die blijheid van zoo te praten en frisch over de menschen te denken, die blijheid komt uit dat werk, uit die taak. Ja, het is alsof je bijvoorbeeld, als je rabbi bent geworden, niets anders zou hoeven doen dan alleen maar zingen zooals hij het nu enkele keeren gedaan heeft, en zoo als hij het nu op het feest, had willen doen. Zoo kun je werkend, tusschen de menschen in, gelukkig zijn?

„U schildert zeker altijd buiten hè?”

„Welnee zeker niet. Ik maak niet enkel landschap. Ik teeken en schilder ook wel figuur: menschen. Ik heb juist gister nog een schilderij afgemaakt, moet je maar es gaan kijken, bij Smit in de Groote Straat. Had ik eerst een teekening van. Heb ik nou een olieverf van gemaakt. Van een meisje. Aardig meisje. Mooi meisje. Dat vind ik mooi zoo: zoo die opkomende leeftijd. Als ik het een titel moest geven, zou ik het „De eerste Bloei” noemen.”

„Leuk,” zegt Eli met verlegen geestdrift.

„Ja, dat doe je eigenlijk niet vaak; zoo’n schilderij in de kunsthandel voor de ramen zetten; de menschen in zoo’n kleine stad vinden dat niet prettig: hun portret in de etalage van een kunsthandel. Maar ik heb er speciaal verlof voor gekregen. Waren nogal interessante lui, vrij van opvatting en zoo. Ik denk ook wel dat ze’t zullen koopen.”

„Leuk,” zegt Eli met verlegen geestdrift, louter om dien van den schilder, zoo zacht uitgesproken. Hij moet bij Smit gaan

302
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.