Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



hun verschrikte gezichtjes heeft gebrand. Bij de Lampe’s vindt hij, bij de armoede van een dragelijk gehouden krot, meer be-heerschtheid in het ondeugende verzet; maar hij mist er het grenzelooze van den kreet die alle dingen, alle stof doordringt; hij mist er den glimlach van den wrok, waardoor de hardheid wordt opgeheven. Want pas met zijn gevoelens maakt hij een begin met het onderzoek, en kan het zich niet beelden: dat de roep bij de Lampe’s eindigt waar de stof veroverd is; dat de kreet van thuis de stof wil oplossen. Dat broer Hartog of Mau de zusjes thuis plaagden, maar nooit met een stoot van den voet tegen den stoel haar plaats voor zich opeischten; dat Hartog op zolder het „Onze Vader” bad, nadat hij zich bonzend op de knieën had gegooid, en hem niet meer dan een knik gaf toen hij voor altijd het huis verliet. Maar dat de glimlach bij dat alles nog toonde hoe hij wist wat hij omver wierp en daarmee verbonden bleef; en dat klein-Jan, wanneer de magere Oome, groot-Jans broer die in Indië geweest is, op zijn pen-sioendag met zijn lintje en zijn bleeke borrel-kopje bij hen staat op te hakken: „In Hatjée heb ik gediend. Twaalf jaartjes! Alle gulden zes weken, voor Aare Majesteit de Konegin Wilellemiena! Onneur!!” en dan salueert en op zijn achterste slaat, dat klein-Jan dan wel vertelt dat hij slachtoffer van het kapitaal is, maar dat hij er grimmig bij zegt, dat die ouwe niet altijd zoo moet komen opscheppen en langzaam aan vervelend wordt; hij wil hem wel als een soort onteering van hun huis buiten de deur houden.

Dat alles zet Eli zwaar aan het werk, op deze scheidingslijn van zijn bestaan. Het is October: de feestdagen en het Sjoel-jubileum zijn voorbij, en nu is er nog, tusschen de regenbuien in, die al kil worden, een klein beetje warmige zon, als een genezende belooning voor de vermoeide zenuwen en voor het vleesch dat om behagelijkheid vraagt. In de dorpelijke landelijkheid buiten de stad is wat stilte en vredigheid; kleine levendigheden van geluid en arbeidzaamheid maken zijn wereld van die vijf dagen tot een groote, bijna veilige hof, waarin het goed is rond te gaan: een voorbeeldig veld voor zijn alleenige moeizame beschouwing, zijn peinzerij en zijn droom. Die kleine bedrijvigheden rondom prikkelen peinzerij en droom reëel te blijven: aan den weg beslaat een smid een paard; in een open stal gonst een dorsch-machine; voor een buitencafétje zit een renteniertje met een vergeeld stroohoedje op, achter een biertje met den staanden waard te praten; of een late vacan-tie-ganger kijkt er vreemd die wereld aan, waarin hij opge-

300
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.