Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



DRIE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK

-ie he-je nóu bij je? Wa’s der dat voor eentje?” vraagt Marregien Lampe met vriendelijke nieuwsgierigheid naar Hein die Eli, op den loop ontmoet, naar binnen duwt: „Komt der maar in! O, is’t een jiddekind? nou da’s de derde die vandaag hier komt.” Eli voelt zich verrassend, en toch met natuurlijke vriendelijkheid opgenomen. Oude Jan Lampe, „groot-Jan” staat zijn pijp-stompje te rooken bij de naakte tafel, waaraan Willemien, met haar giechel-smoel in een vracht goud-hlond haar, vermoeid is neergevallen van het kranten bezorgen.

„He-’j nog een dubbeltje voor tabak voor me?” vraagt grootjan.

„O, dan za’k es kijken,” zegt Marregien.

Het treft Eli dadelijk, dat er een vriendelijke verstandhouding tusschen man en vrouw is; bedrijvig, saamhoorig, keert zij zich naar een oud la-tafeltje, en haalt uit een busje twee dubbeltjes voor Lampe.

„As ze niet voor janever vragen, dan geef ik graag,” verklaart zij tot Eli; en Lampe koketteert naar hem: „Jaajem sooref, dat lust ik niet; daar kom je nog meer van in de seryfe, wat jij nou. De jidden die zijn ook wel zoo goochem, die eten der liever een stukkie boosser (vleesch) voor.”

Eli schiet in een lach om die behaagzucht, waarmee hem hier het jiddisch wordt opgediend; maar hoe anders klinkt het als bij Matthias: even zuiver, en dan zonder een schijn van haat, en in tegendeel met een gretige genegenheid van aanpassing. „Van wie be-je der eentje?’ vraagt Marregien; „van Hartogs? Kom Mien,” stoot zij haar dochter aan, die Eli zit aan te kie-kelen, „zet es een paar borden neer voor de boterham.” „Welnee,” antwoordt groot-Jan, „van Hartogs? ’t is een Leef-mans, niet? bè-je geen Leefmans? Nou natuurlijk. Van Sale-mon?”

„Van Jankef ommers.”

„O, heden, van Jankef, ja natuurlijk. Dan ben jij de rebbe.”

Eli schiet in een lach.

„O,” roept Willemien, terwijl zij met tegenzin, maar uit gewoonte van gehoorzaamheid opstaat om de borden te krijgen, „onderlaatst toe hadt je nog veel mooier pak-an! Tóe had-ie toch zoo’n mooi pak an?” kraait zij. „O! zoo deftig?” giechelt zij met een onverborgen lust-lach in haar blauw-grijze oogjes

295
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.