Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



„Dat is geen praat van een mensch: weggaan als je opgeroepen wordt voor de Haftoure. Dat bestaat niet in de wereld zoo-iets. Ik had me tenminste niet weten te bergen. Al hebben ze je nog zooveel gedaan: als je opgeroepen wordt, wordt je niet vóór de Parnes opgeroepen, maar dóór de Parnes. Dat is kwaje kinderen-manier om der over te denken om weg te loo-pen.... jongetje.”

(Dat zou wat beteekenen voor mij. Of jij je schamen zou. Ik schaam me zoo vaak om jou. Snap je toch niet of ik dat al zeg. Kunt er ook niks an doen. Maar ik zit er vuil tusschen.) „Was wel een mooi, fijn, knap sjiksie waar je daar mee stond te praten in de gang. Ook geen armoe-lijdster ook niet. Wat was dat er nou eigenlijk voor eentje, Eli?”

„Ik vroeg haar of haar broer zijn pak niet terug wou hebben, omdat ik het toch niet draag.”

„O die? Was die van de wethouer? Zoo! Hij zat naast de burgemeester. Zoo. Nou dat pak kun je toch zeker in Amsterdam prachtig dragen?”

„O ja? — nou jij kan er mee doen wat je wilt hoor! As je’t mij nou maar nóóit meer laat zien,” zegt Jankef’s jongen met be-drongen geluid.

Juffrouw Manheim treft het. Met haar sjahbes-japon vijf jaar en vijftien modes oud, onder haar met fluweel opgemaakt zwart strooien kapot-hoedje dat nu de boerinnen al dragen, houdt zij voor haar deur even bij Jankef en Eli stil.

Haar man, in zijn beste kale pak, draagt zijn harde hoedje scheef, naar schipperstrant, en zooals hij daar staat, zwijgend, glimlachend, parmant, met zijn zwart kort baardje om zyn glunder stompneuzig kopje, is hij ook heel en al een jodenschippertje.

„Wat een feest hè?” klankt zij Achterhoeksch, „ik zeg wat een feest hè? Jankef? wat een misjpooge (familie-verzameling) hè? in sjoel. Wat zeg je dervan? voor óns....”

Haar leelijke lange hoofd met den grooten gebogen neus en de spleet-oogen zwaait er bij heen en weer. Groen-geel haar gerimpelde huid. Eli ziet het tafereeltje scherp. Achter haar, bij de half opengezette deur, de deur, die de hanghel langzaam doet uitklingelen, Jaapie, vriendelijk loerend, tevreden met het buur-vriendschapje maar ongeduldig naar zijn boterhammen, zijn blondige kuif stug over zijn voorhoofd onder zijn hoedje weg. En Eva, zestien, in haar eigengemaakte katoenen bloes van een bedrukt lapje uit het voorhuis, donkerblond bij bruin

292
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.