Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



Louis, zijn „Aniem Zemierous”, brutaal voorbij hebt laten gaan, omdat jullie toch niet weten wat ik daarmee doe: voor jullie is alles gelijk, als de Dienst maar afloopt. Maar daarboven in de hemel worden ze vandaag stijf misselijk van jullie feest, ze kotsen en ze loopen allemaal rond met oorpijn. Och God, wat een naar soffie hebben ze met elkaar. Ja, het is mooi! Vader wil telkens kijken, maar hij, Eli, geeft geen kik of blik, en luisteren doet-ie ook niet. En hij doet niets. Hij staat op als het moet, en verder blijft hij zitten, alsof hij ook een gast is. En Meyer leest de Thora-afdeeling van de week; sommige bekenden kijken, die verwachten dat hij zal gaan en „laajnen”: niet opzien. Meyer kijkt ook af en toe; Eli ziet met strakken blik langs hem heen. En slager de Leeuw staat als President-Parnas nu op het Almemmor, om den Sjammes telkens op te geven, wie moet worden opgeroepen voor de eer van in de wetsrol zelf de lezing te volgen, en voor de onderscheiding van de ceremoniën daar omheen: het halen, het ontkleeden, het weer aankleeden, het weer terug brengen van de Rol. Dien, de Leeuw, die niet naar hem kijkt, zoekt hij met zijn blik, om hem een treffer te sturen, een lading goed-wondend scherp. Als-die zijn portie gehad heeft, kijkt hij weer gauw voor zich, naar de leestafel, met zijn lodderige oogen, in zijn breede puntige kop als een buik, in zijn suffige macht. Dat is nu even verrekend, en nu? Nu zou hij het liefst zich losmaken, uit zijn bank gaan en de Sjoel uit, naar buiten, met een fijnen blik naar Louise boven bij zich op zijn loop, als een verheven snoep. Van dit hier heeft hij nu last; zijn verachting dringt zich nog aan hem op. Nu De Leeuw daar zit, als het onreine, heer-schende machts-middelpunt van den Dienst, nu steekt hem die eigen verachting en zijn aanvaarden van de vernedering, en jaagt hem op tot de daad, van de onttrekking aan den blik en aan de onderwerping. Want zoo voelt hij: zonder daad is de droom geen droom, maar een ijlheid zonder doel of grond of gang daartusschen; het zijn de kleine paaltjes van de daad in den grond van het bestaan gepriemd, waarlangs de droom, gespannen van top tot top, uit den bodem levend en naar het beklommen Doel verbonden staat. En hij zoekt het oogenblik om weg te willen, een moeilijk oogenblik, wrant het is zoo onvoegzaam onder de Thora-lezing weg te gaan, dat men dan vóór de rol in de Arke terug is, niet w eer binnen mag.

Als hij dan last van hen heeft, als hij dan flink ver van hen verwijderd is, dan komen zij hem halen en aan zich binden.

285

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.