Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



een glimlachje spot-gereed maar te verslagen om boosaardig te zijn, en neefie Ezra, die met verwondering de wereld in kijkt, al draagt hij zijn schouders zoo dat je gelooft, dat hij zich wel in veiligheid zal brengen. Tegen hen geen wrok; zij zijn nog zoo uit den schemer van hun huizen gesneden, dat zij hem de vernedering niet gunnen; naar zijn bijzondere plaats was bij niemand van hen verlangen. Rasjie kennen zij niet, maar zij omstaan hem nog vriendelijk, en zullen knikken als hij het hun verklaart.

En daar weer achter, boven....

Edele Louise Maria van der Wal, jij kent geen Rasjie. En niemand kent hier Rasjie: de Raaf niet, en de dikke slager de Leeuw niet die hier de vette lakens uitdeelt. Ik, ik ken het. Liefste Louise Maria van der Wal, je jongens kennen ook geen Rasjie. Jou zou ik Rasjie willen leeren, want zooals ik het tot jou zou zeggen, alsof je mij al kent zoolang wij leven, zoo zul jij het dan verstaan. Dat je een sleutel gooit en hem niet wil gooien, en er niemand mee bezeeren wilt, zelfs die hondsche gekke vijand niet, jouw Matthias, die de boel bedondert. Dat zou ik je willen leeren, en ook wat die sleutel is, waar hij vandaan komt, o, liefste schat van mij: van die zolder; die ééne zolder en die andere zolder. Als je met me zitten wou op de zolder, gehurkt, bij dat dakraampje; als je je lieve kleeren stoffig zoudt maken daar, en met je lieve handen het roest en de resten van mijn volle jeugd heiligen; het roest heiligen met je handen, en je handen heiligen met het roest, en met de ouwe opgespaarde nieuwjaarskaarten met de rozen en bazuin-enge-len; met de vergeelde briefjes en de gebroken paasch-schotel-tjes, van de zolder die uit zijn barstensvolle stille schatkamer de sleutel heeft uitgeleverd. Dan zal ik bij je zitten, op mijn knieën, voor jou, voor je gebogen, zonder je aan te raken anders dan met mijn stem, en je alles vertellen. Van alle zolders, en van alle kamers daarbeneden, en de heerlijke Rasjie daarvan. Op mijn knieën. Voor jou lieve Liefste, op mijn knieën.

Goed dan, alleen. Zing jullie maar, het is toch kattepis. Meyer gisteravond zijn heerlijke Jikdal-solo al zoo godsliederlijk mishandeld; hij moest een meisjes-piepje in de hoogte prikken, omdat hij het met zijn stem niet kon halen; hij trok er tegen Nolle Bloch zijn schouders bij op; dat kon hij niet, daar was niets aan te doen, de zanger was immers ziek? De pest zal jullie krijgen dat je me straks mijn herinneringslied aan Oome

284

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.