Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



Is er dan iets dat hij hevig wil en dat mogelijk is? Al kan hij het niet aanvaarden, het is onmogelijk: Zijn zooals hij wil zijn, en dan bemind worden. Gooien en van anderen eischen te weten dat hij niet wil gooien. De menschen van zich afgooien en toch voor zich vasthouden. Met het zijne het hunne stukgooien, en toch bemind zyn.

Onverbiddelijk is het lot; hij moet alleen kunnen zyn. En kan het dan wel juist zijn? En moet dan niet in de wereld iets leven dat met hem bevriend is, niet in één maar in velen?

Goed dan, alleen. Niemand kent hier dus Rasjie. De Raaf daarginds, met zijn zwarten kop, die van binnen vol schijnt met dooreenwarrelende zwarte letters alsof er duizend vliegen in rondschieten; met zijn kapsoones-gezicht alsof hij alles weet omdat hij niks weet van wat buiten zijn dorre secretaris-koppie leeft, kent ook geen Rasjie. En allemaal hier zijn ze het met hem eens dat Rasjie buiten de Rasjie-boeken onzin is; als er maar in de boeken staat dat je het ook buiten de boeken moet gebruiken, dat is voldoende. Allemaal zijn ze het met hem eens, behalve de arme lieve gezichten die droomen, en den Raaf en slager de Leeuw achterna, hun hoed afnemen voor Born, zonder het te weten omdat zij droomen. Joole Katz en Simon Katz, die dom de wereld na-doen, niet weten of ze buiten hun vleeschpellerijtje links of rechts in die rare wereld moeten rondspringen, met hun blanke vrouwen in hun kleine koninklijke kamers met een stille geurende bloem, met hun zwarte baarden, en hun stemmen als van een bromvlieg in een zomermiddag-kamer (o, duizend jaar heb je noodig om het in je verbeelding te beluisteren) doen mee, en kijken vriendelijk bevreemd, omdat zij droomen. Jochempie Peereboom met zijn scherpe roodige koppie schoongeschoren en gezeept, onder zijn hoedje dat zich vreemd brutaal voelt op die plaats van de levende pet, schiet met zijn gedachten angstig weg voor den Raaf en voor het Kerkbestuur: het is hem te lastig met die lui te beginnen, hij moet er niets van hebben, maar zij kunnen hem zeggen hoe laat het is. En Salomon Manheim van naast hun en de lange trek-tenor uit het koor ginds, Brammetje Prikkebeen, zouden hem den heelen dag laten zingen als het hun recht was, maar zij zijn arm, en zij droomen, vol vriendelijkheid en goedheid.

Achter hem de jonges. Godard de Vries, groen, bleek, keurig en bitter; Jozefie Vecht, verzonken in het zoeken naar den klap op zijn kop van vóór zijn geboorte; Jaapie Manheim, met

283
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.