Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



neemt en gaat toasten, wordt hij een verwrongen-zoete come-diant. Rembrandt en Beethoven zijn handige kunstenmakers voor hem, wier roem hij alleen kan verklaren uit de gemaakte belangstelling van menschen die met hun tijd en geld geen raad weten; Sjaakespièjère, zooals hij Shakespeare noemt, kan hij zich niet anders denken dan als een gek voor een kermistent die op zijn wang slaat om een paar entree-gelden binnen te krijgen, maar een of anderen smaak schijnt te hebben getroffen van een publiek dat met allen ernst den spot drijft. Zoo ziet hij Eli’s voordracht in Sjoel als een geoorloofd want immers overeen-gekomen bedrog-spelletje, met hoogten, diepten en klemtonen van zang en zegging; de godsdienstigheid die hij er dan nog uitsluitend in uitgedrukt ziet, is zelfs groo-tendeels comedie; en dat een wezen de kracht zou bezitten, sterker dan anderen zichzelf te zijn en daarmee te verheffen, dat ligt buiten den greep der vermogens van zijn wording: de macht van den menschelijken geest is den geloovigste in de menschen nooit getoond. Eli voelt die houding tegenover hem met zekerheid in Jankef; hij weet dat Jankef hem louter om het verlies van de glorie teleurgesteld meent, en dat Jankef om zijn eigen deel van die eer tegen Katsef de Leeuw verontwaardigd is. En kent Jankef dan Eli’s diep gemis, en dan.... kent hij de hooge doelpunten van Eli’s eerzucht? de menschen hier werkelijk ontstellen en mee-opnemen? den tegenstand van Evelien, de domme minachting van Rosa van Raalte, de vreemdheid van Louise van der Wal te doorbreken, te doorlichten en tot erkenning om te sleepen? Zoo Jankef al iets bevroedt van zijn drang om te veroveren: de diepte daarvan kent hij niet, en de top van het Doel: het Meisje, dat hij als met een hevig lichtende vlamspuit had willen bestralen, wier hardheid hij heel en al had willen doorwringen en vloeibaar maken tot die neer zou stroomen in het zijne: het Meisje, daarvan kan Jankef toch zeker niet weten?

In de zware feestelijke volte, die zich ook daar, boven achter hem op de vrouwen-galerij, vandaag nog voortzet, heeft hij haar al gezien: Louise Maria van der Wal. O, behalve de opgezette plechtigheid van al die vreemde man-heeren hier beneden, is er ook boven veel te kijken. Bij de strak-gesneden mantel-costuums van Meyer’s dochters (Evelien doelloos voor zich uit, hij wrokt nog niet tegen haar, hij is bitter spijtig om zooveel liefs dat geen graadje warmte voor hem uitstuurt) bij Branca’s grijs japonnetje, bij het zwart van Sander de Leeuw’s

280
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.