Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK

Beide keeren dat hij met Vader naar den Groot-feeste-lijken Sjoeldienst van het vijftigjarig jubileum gaat, gister in den open vóór-avond en vanochtend in den vollen, gesloten feestdag: een gevecht tegen zijn onwil om zijn vernedering uit de handen van slager de Leeuw zonder tegen-daad te aanvaarden, met daar in zijn bank te gaan staan. Vader ruikt het. Al zes uur tevoren, ’s middags, wil Jankef zekerheid.

„Eventjes iets zeggen over vanavond, Eli! Weet niet of der een of ander figuur lapoel wordt uitgebroeid, misschien niet, des te beter. Maar: wordt toch natuurlijk gewóón vanavend en morgen mee naar Sjoel gegaan hè?”

Zwijgend staan. Betje zwijgt ook.

„Nou as je dan geen antwoord geeft; dat is geen manier van een houding voor een persoon van een aanstaande Gazzen, hoor, om wat er ook gebeurd is, niet naar de Sjoel te gaan. Wie der zoo in de verste verte maar over denkt, die heeft hee-lemaal geen begrip van wat voor zaak de Sjoel is. Die heeft met de Parnes, en met wèl zingen, of niét zingen heelemaal niets uit te staan. De streek tegen je is min, alhoewel ze der ook mee tusschen zitten, maar het had anders gedaan kunnen worden, en dat wordt bij mijn wordt dat goed begrepen. Maar verder gaan we samen zoo plezierig mogelijk naar Sjoel. En als ik je dan nog een raad mag geven, dan zou ik maar doodgewoon op mijn plaats gaan staan en net precies doen of je je der geen hoe of ba van aantrekt. Dan hebben de vrienden het meeste plezier van je, en de vijanden hebben geen lol.” Omdat hij Gazzen moet worden, daarom moet hij natuurlijk gaan. Maar dat is voor hem alle reden. Verder heeft Vader makkelijk praten. Want wat zou hij in zijn plaats doen? Kent zijn plaats niet. Naar Sjoel gaan beteekent heelemaal niets doen tegen slager de Leeuw die zijn hooge hoed voor Born afneemt. En wegblijven dat is iets doen; dat is het eenige dat hy doen kan tegen die hooge hoed van de Leeuw, en van de anderen die het gauw met hem eens zijn, omdat het maar om Eli Leefmans gaat. Jozef Jacobson, de rijke commissionair, en de spichtige Heimans met zijn gouen brilletje, die een mooie drukkerij heeft, ze hebben zonder een woord voor hem ja-ge-knikt tegen de bazige de Leeuw: hij is ze van de week allemaal voorbij gegaan zonder ze te groeten: die zijn dan toch

278
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.