Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



haar mageren arm en haar schonkig schoudertje: „wat kan men deran doen? dat zit in het klimaat van de lucht, wat jij jonge. Je bent een leelijk kind,” dreigt zij, „jij, ja, jij! maar ik ben ook niet mooi?” Schokkend op haar bezemsteellijfje, lacht haar magere blasse kopje, dat door den scherpen gekromden neus soms tot een lijk voor Eli zou worden, als niet daarboven de goeiige grijze en meestal oolijke oogen twinkelden.

„Kom,” zegt zij, „de Gazzen moet je spreken, nou dan zullen wij’m maar piepen. Wou jullie nog hier blijven?” vraagt zij naar Stella en Heleen. Nee, zij gaan al.

„Wil ik nou een geplisseerd kraagje langs de hals zetten?” vraagt Stella aan de lange meid; maar Heleen wijst hooghartig af: „Zoo ordinair,” zwanenhalst zij. Zij is verslagen, maar niet overwonnen, Heleen. Zij voelt zich nog knap, al is alle moois dat zij heeft, de rechte figuur van haar vader; haar tint is om het blank van haar voorhoofd en rond den neus te ziekelijk rood; haar oogen zijn te weinig open en de kleur van haar haar is te wijkend. Die Aaronnetje de Leeuw, die de brutaliteit heeft, haar niet te vragen, zelfs niet nadat Evelien hem geweigerd heeft. Zij kan het toch zeker als dochter van den Gazzen die nog wat mee heeft te geven, in overweging nemen? Maar zij zal die boeren hier toonen wie zij is: met de sjiekste, ge-distingeerdste japon op het Sjoelfeest te komen.

„Juffrouw van Raalte,” roept Meyer Stella terug. Hij geeft haar een nieuw Tefillo, het Joodsche gebedenboek dat zij hem besteld had.

„Dat had ik immers voor u liggen.”

„O ja, dank U. Willen we het meteen afrekenen?”

„Er komt wel een nota van.” Zij kleuren beiden, als zij het openklapt en weer dichtslaat en in haar tasch bij haar knippatronen en haar spelden laat glijden. Stella houdt zich goed onder het spelletje: een beetje valderappes-flinkheid in haar stevige gestalte, haar kleinburgerlijke ondeugendheid, moet zij hier, althans tegenover Meyer, een beetje schijnheilig terughouden. Maar zij heeft eigenlijk veel lust, op straat een kwartier lang uit te schateren om al dien „schtosz”. Godgod, wie heeft dat ooit gedacht dat zij nog over zooiets zou denken? Maar het is maar zoo: zij is veertig, nog knap, kan je zeggen, als je wil, ja. Die sproetjes in haar flinke gezicht zijn niet erg, al staan ze niet voor de film; maar de grijze haren die ze voor „dit” niet verven mag, en de hanepootjes bij de oogen! Een jeugdige grijsaard is Meyer. Nou enfin, misschien komt er niks van, dan is het ook goed. Zij heeft haar winkel, en Rosa.

273

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.