Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



Hij moet zich bezinnen op het intellect van de Joden dat men wel haten maar niet ontkennen kan.

„Zijn ze dat dus ook volgens jou....”

Alsof het een onderwerp van haar dagelijksche overdenking was:

„Anti-maatschappelijke wezens, ja. Ja, ik kan het niet anders zien.”

Born is stil van die zekerheid. „Het is een gekke toestand. Allemaal belemmeringen voor een gezonde ontwikkeling van de samenleving. En dat moet allemaal gevoed en onderhouden worden.... sst....”

„Nou,” zegt Evelien, „aan de krachtige mannen de taak om ze in goede banen te leiden. Ja, als alles op rolletjes liep, waren jullie niet tevreden. Dan was er niks voor jullie te doen.” „Verduiveld, jij neemt het nog al practisch op.”

„Ja het is toch zoo. Daar hebben we de leiders, de denkers voor. Is ’t niet zoo?”

Evelien is vrij van alle persoonlijk raffinement. Het is een natuurlijk verloop van den toestand, dat zij, als Born een vergroving van zijn gevoelens bij zich vaststelt, als hij zich een omtrekje tot een Germaan van het gerstebier voelt zwellen (en hij is niet grof genoeg om het niet als hoogst ongelegen en zelfs als ongepast van zichzelf te verwerpen) vrij spoedig zegt:

„Ik zou wel graag willen zeggen: ga nu naar je jonge toe; hij heeft je noodiger dan ik.”

„Dag,” zei hij. En hij wist wel, dat, wanneer hij nu niet meer vroeg (en jij? me ook een beetje noodig?) het ook was om het spel op deze fraaie hoogte af te snijden. Maar hij stak zijn hand uit. Zij nam ze zonder een deel van een drukje, koel, en liet ze weer. Zij wist meer dan hij, meende zij.

Born ging heen onder den indruk van een heerlijkheid, die ook een zeldzame kracht was. Tot de schappelijke diepte van het spel behoorde dat zij geen afspraak maakten. Evelien voelde zich rijk. Zij wist wel dat het de liefde niet was.... ook dien avond toen zij over de brug keerde. Maar nu zij eenmaal zoover was, gaf zij geen kamp. Het was toch al wonderlijk genoeg van overwinning, dat een gewaagde verbeelding tot zooveel verrukkelijke zegevierende werkelijkheid was geworden. En zij wist ook één ding: dat zij nog alle macht in handen had. Geen zoen op haar mond nog had zij hem toegestaan. In de begeerte naar haar volledige overwinning wist zij al haar kracht op haar voornaamste machtsmiddel te zetten. Door haar stem,

270
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.