Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



de evenwichtskruk van den toestand. Haar krachten strekken zich uit naar de bron waar de aandachtigheid voor het leven wacht, maar die nooit wordt in werking geroepen dan wanneer haar plaats in gevaar is. En Born, die op dat vermogen, noch als bizondere gave van het ras noch als algemeene eigenschap van de menschen bedacht is, staat bij die kieschheid getroffen, die hij bij Anna nooit heeft ervaren. Haar vleiende overgave achter die ingetogenheid, doet zich gelden bij den rijperen man. Rivier en herfstig ruischende boomentrossen schudden, in den van lichtjes doorstoken donkeren avond, met de lauwe koelte een fijne vochtigheid mee uit naar zijn zenuwen, open door den ongeluks-schok. Die gevoeligheid die door zijn huid-poriën schijnt te dringen, doet hem de ontoereikendheid van zijn levensdeel gewaar worden; maar zy trekt hem, om die te dekken, even sterk op de trouw van zorg voor zijn nest aan, als zij hem hongerig maakt naar die wereld van Evelien die zich voor hem openzet: zelf-uitbreiding aan vriendschap en verjonging: een nieuwe inzet van zijn leven op de aarde; winst, meer volheid; praten met die meid, schertsen met die meid, en wat de gang der dingen belooft, dat niet tot de verbeelding van het oogenblik wordt doorgelaten: zoete bodem voor het lust-geweld. De afsnijding van het leven met Anna en Matthias kan hij zich daarbij niet denken. Evelien voelt zich weer als een verrassende ontmoeting, kalm door hem van terzy opgenomen. En zij houdt zich strak. Dat bevalt hem, het boeit hem, het trekt hem. Hij zet zijn beheerschtheid er tegen. Zonder dat hij het zoo zou kunnen noemen, zet hij met deze mooie Jodin een spel van ingehoudenheid op. .

„Je kent’m toch zeker wel, die jonge?” Half verwijt op de zekerheid.

„O. Ja natuurlijk. Ja, dat is een monstertje. Ik meen: dat is eigenlijk een mismaakt mannetje. Innerlijk dan....”

„Jaja. Jij kent ze dus wel....”

„Ze zijn zoo’n beetje in dienst van mijn vader.” Heel en al bezet door den drang, hem naar zich op te doen zien, kijkt zij naar haar mooien nagel, speelt, zonder een zweem van schuldgevoel, alsof het zwak zou zijn haar taak te beknibbelen, met de pracht van haar lichaam. „Ja,” lacht zij rustig ironisch, met den glimlach van haar vader iets te hoog opgetrokken voor het vlak van haar wang maar des te indrukwekkender als gebaar van een denkend wezen; „dat kwalificeer jij natuurlijk voor jou; maar voor mij,” zegt zij uit de hoogte over hem heen, „zijn het eenvoudig anti-maatschappelijke schepsels.”

269

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.