Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK

ra de afspraak aan de overzij van de rivier Evelien vergeefs te laten wachten: die onridderlykheid stuit Born tegenover een mooie jonge vrouw van Joodsche, maar onbesproken familie, ook al heeft Eli’s daad zijn JL n tegenzin in haar ras opnieuw tot werkzaamheid geprikkeld.

„Ik kom even hier,” zegt hij, „om te zeggen dat ik verhinderd ben.”

„Is er iets ergs?” Begaan vraagt zy het, tegen die koele kort-afheid in. Een blik onder haar breeden hoedrand uit (want zij heeft al gauw gespeurd dat zij het karakter van haar houding en kleedij naar het kinderlyke moet verscherpen) brengt hem zooveel jong-rijpe teedere toegewijdheid van haar aan, dat hij al een oogenblik langer en dieper daaraan ingehecht blijft hangen dan hij voornemens was. Anna zou gezegd hebben: „Hapert er wat an?” Dat mag gewender klinken, zooals de geur van haar braadvleesch, met een tomaatje, en de gezonde rauwe lucht van haar lichaam veiligheid schenken van mate-rieele verzorging — tegen deze meid die zich, hoe voorzichtig ook, met meer durf blijft stellen, komt Anna als iets onmachtigs uit.

Met vaderlijke bitterheid antwoordt hij:

„Jouw jonge heeft mijn jonge een ongeluk bezorgd. Ja, ik geloof dat ik het wel zoo zeggen mag.”

Hij kijkt haar alleen van terzij aan, kalm, met een vriendelijkheid die zich uit zijn koelheid opheft en dan in de stilte blijft hangen. Zooals zijn prettige stem, niet vol-warm maar na een lichten inzet uitbreedend in een brosse dreuning, ook mannelijke zachtheid sproeit, goed schoongehouden van de gemaakte gezwollenheid. De onbevangen blik uit haar oogen die hem werelden toeschijnen van rijke gevoeligheid en vriendschap enkel nog door hem te ontsluiten, doet hem verklaren:

„Ja.... jouw geloofs- en rasgenoot godbetert heeft met zijn vieze handen mijn nobele jonge maar liefst een oog uit gegooid.” „Dat is ontzettend zeg.... wie is dat?”

Zij hoedt er zich wel voor zijn arm te grijpen. Al haar intelligentie is waakzaam jegens den ongeloovigen tegenstander dien zij tot erkenning wil kneden. Op zulk een oogenblik kan Evelien haar gemiddelde levenshouding ver ontstijgen, tot een fijnheid van snelle, voorzichtig afwegende handgrepen naar

268
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.