Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



durf je het niet. Maar denken: Godver, wat een jonges eigenlijk.

Eerst schrikt het hem even op, eer hij het een bevrijdinkje vindt hier: Marius en Hanna, in de volheid onopgemerkt. Marius doet hier volks mee; vroolijk pratend maar rustig, beent hij naast het meisje tusschen de wandelaars; de enkelen van zijn kring die hier nog komen luisteren, loopen ginds aan de overzij van het binnenvaartje, heen en weer voor de goedverzorgde huizen der hunnen.

„Maar jö,” zegt Marius met ernstigen nadruk, „dat moést vandaag of morgen immers spaak loopen met die idiote troep daar bij jullie, ’t Is verdomd jammer voor de vent, zoo is ’t niet. Maar jij hebt ook heel geen ziertje schuld ook. En het is toch feitelijk, als je ’t goed beschouwt, een lafheid van Heide-man? om voor die Mof weg te kruipen? Daar heb je nou heele-maal geen kijk op, vin je niet? op zoo’n Heideman? Ik bedoel dat verwacht je niet van zoo’n kerel toch? dat-ie zoo in z’n schulp kruipt voor zoo’n nonsens-eisch wil ik maar zeggen?” Hanna lacht tot Eli en neemt zijn arm, om de feestelijkheid te onderstreepen van het goede verband tusschen haar broertje en haar knappe lange jonge.

„Maar hij gaat de ouders rond met een lijst.”

„Och ja nou.” Marius’ hoofd draait boven hen beiden uit als de top van een verontwaardigd figuur. „Maar als je toch een kerel bent die feitelijk in z’n recht staat, dan zeg je toch: nou doorzetten?”

Hij wendt wijs zijn hoofd af, en Hanna, met een verrukten lach, schudt Eli’s arm: „Nou broer, dat wist je niet hè? der zijn nog wel lange jonges die er zoo over denken?”

Haar plezier groeit nog als Eli voorzichtig namens Jankef vraagt, niet van den sleutel te praten, dien hij vernieuwd heeft, omdat het niet bekend mag worden dat er nog een andere bestond. Hij kan het niet uitleggen: „later,” zegt hij, „ik kan het nou nog niet precies zeggen, gerust niet.”

Marius begrijpt niets anders dan dat er wel een of ander goo-chemigheidje achter zal zitten, maar hij nikt vertrouwelijk: „Ja, toe maar, in elk geval hoe het ook is.... ik kan m’n smoel ook wel houen; al zou je ’t me ook allemaal vertellen, nog wel,” lacht hij met oolijk-scheeve oogen, zoodat Hanna hem aanbiddelijk vertrouwd vindt.

En Marius voelt nu het verband van hun drieën nog uitgebreid tot Hanna’s vader. Ja, hij voelt (behalve met een randje benauwenis omdat hij zich hiermee wel heel ver waagt) met

260

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.