Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



hem opendoet, tot dien zegt hij „verrek”, want dat weet hij zelf. Op dat oogenblik was Matthias hem na; geen slachtoffer van zijn misdadigheid of kwaadaardige onvoorzichtigheid, maar een jongen van zijn klas die een ongeluk heeft gekregen: door hem, maar dan alsof hij het hem spelend had toegebracht. En om niet naar den ingang te aarzelen en naar hem te vragen, moest hij zich goed rekenschap geven van de gevolgen. Een oog uit, een oog heelemaal weg: dat is de strop, de slag voor Matthias, en ook voor hem. Dat is het Ongeluk; dat is ook het onbegrijpelijke eraan, het eenige waarnaar je telkens weer opnieuw in je verbeelding staart, en dat, buiten je volging van al de deelen van die gebeurtenis, er toch op neervalt, en alles een heel anderen, ontstellenden afloop geeft.

Maar vijftig stappen het ziekenhuis voorbij, is langs de rivier een klein plantsoen aangelegd; de late rozen roken er nog diep-zoet in de ochtendstilte; de wind die over het water streek, nam in een zucht de zachte verrukkelijkheid van die rozen mee naar hem op. En toen hij stilstond, met die zuiverende zaligheid van geur in zijn neus, en met zijn opengaande oogen over het breede licht van de zachtstroomende rivier en de weilanden van den overkant, toen schreide hij bijna.

Hij dacht maar één ding: dat achter hem nu dat alles lag van zijn doorleden lot: Matthias, ja, en de school, en de stad met al hun uitspraken over zijn daad: de Joden die eischten dat hij het gewald had, en de Christenen die hem kwalijk namen dat-ie het ongewild gedaan had. Dat wist hij. Maar daarbij: dat het leven hem in licht en geuren toestroomde, en dat het leven ontzaglijk was. Dat hij jong was, en dat hij wilde leven, leven, gelukkig zijn, en een beetje vrij, een beetje zooals hij het zich altijd gedroomd had, eer men hem die vrachten van plichten op zijn hoofd, aan zijn nek, langs zijn armen en bee-nen gebonden had: plichten om te leeren, en plichten om op zoo’n school te gaan, en plichten om de heiligheid van het jeugdhuis te beschermen tegen een bende schaapskoppen die enkel naar je kleeren kijken, en plichten om met een pak uit het huis van Louise van der Wal de school in te loopen, en plichten om je vader te sparen die het je maar laat aantrekken en die zelf met de voddenkar bijna dwars tusschen de jonges doorrijdt bij wie je je mogelijk moet houden. En dan nog plichten om Oome David te ontzien die zijn gegapte sigaren voor de oogen van de jonges neerlegt; en eindelijk, als

249

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.