Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



Zij mokt nog zwak wat na over die „smeerlap”. Maar Eli vraagt: „Moet je die jonge spreken?”

„Ik spreken? Nee dank je wel. As je’m ziet, moet je maar op de eene of de andere manier gedaan zien te krijgen dat-ie z’n sjnaajem houdt, want het is van groot belang. Maar hier hebben wil ik hem niet, en volstrekt niet. De deuren hier draaien bést, en wat verkeerd draait dat kan hij toch waarachtig niet met zijn schroevendraaiertje goed laten loopen. Jou weer naar school laten loopen kan-ie niet, en het oog van je meneertje weer genezen kan-ie ook niet, en al mijn miezigheid voor goed weg laten loopen kan-ie ook al niet.”

„Maar Hanna naar zich toe laten loopen,” denkt Eli, „kan-ie wel, en dat weet jij lekker niet, en het is toch nog een beetje lollig.”

Want hij heeft, na al wat in dezen laatsten zwaren tijd van hem gevergd is, een verzet in zich gekregen tegen die overmatige eischen aan de draagkracht van zijn jeugd. Hij heeft verzet tegen wat er, na al de doorleden spanningen, nog op hem wordt geladen aan angst en bezwaardheid en zorg voor de toekomst. Born, de Vaars, Matthias die in het ziekenhuis ligt, Oome David die ontzien moet en de jongens die ontweken moeten worden; en die Amsterdamsche Rabbijnenschool die hem wacht, waar hij nou maar, zoo veel vroeger dan eerst bepaald was, naar toe moet dansen, onverwacht, onvoorbereid, straks na de Feestdagen. Jawel, maar hij zal eerst nog die „twee kwartjes” van Vader eens op gaan vragen, en hij zal eens zien of er niet eens iets fijn geks te doen valt. Ja, dat weet hij al wel: dat het moeilijk zal zijn, want hij is alleen. Maar in zijn eentje, tot niemand uitgesproken of uitspreekbaar, is hij dan ook tevreden over zichzelf. Behalve Jankef en mesjoggene Ozer die beide toch maar een deeltje kunnen kennen van wat er in hem gebeurd is, is hijzelf dan ook de eenige die tevreden is. Want zelfs Max laat hem van zich gaan zonder die volle saamhoorigheid die hij meent te mogen eischen van een vriend, en waarbuiten hij immers in de vriendschap een onuitwischbare en voortvretende bederfplek voelt ontstaan, die toch geen oogenblik van den omgang meer gaaf en blij kan laten.

„Het is nou eenmaal zoo gebeurd, maar het had ook anders kunnen wezen.” Zoo Max.

En: „Wat zal ik er nou van zeggen, kerel. Het is natuurlijk altijd verkeerd, om met zoo’n zwaar ding te gooien, maar ik begrijp natuurlijk wel dat je getart bent.”

246
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.