Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



Tot het einde toe moet Eli het aanhooren, en hij lacht steeds verlegener, omdat hij er niet zeker van is: weet die gek dan van het pak van vandaag? en is hij dan nog zoo slim dat hij daarop zinspeelt? Dat stemt hem diep verdrietig; dat roept waarom? wondende herinneringen bij hem boven, zooveel bloediger dan hij vandaag wel kon ondervinden. En hij kijkt langs David heen, den reus die zooveel plezier heeft dat hij wel zingen kan: twee regels rijmen, je deunt ze op, en dat is een liedje! Lap je n’em dat, dan bèn je toch ook zeker nog zoo min niet?

„Ellendige stommeling,” denkt Eli, en wat weet je dervan? „Hoe is-ie?”

„Nou, U kunt zingen hoor.”

„Eli, moet je dan niet wat lekkers hebben?” de scherpe en fleemende stem van tante Jetje.

„Nee, nee, het is zoo goed hoor,” mompelt hij. Hij groet Mautje vriendelijk, en Roosje die vertrouwelijk lachend haar schouders schokt, en hij maakt zich uit de voeten. Dat is zeker; zij is lief, Roosje. En wat heeft die Oome David hem daar wee doen worden van terugduiking in den dag.

Zoet is het, om gewild te worden, om bemind te zijn. Zoet. Vrede is het, van erkenning. En waarom weert hij dan zoo alles van haar af, in zich zelf, van Roosje? Hij is hier toch een heelen tijd wel af en toe iets komen zoeken van wat hij thuis verloren had, en allen behalve zij en Mautje, bleven koud voor hem. Maar vandaag weet hij het wel. Zij is te dichtbij. Dat is geen vernieuwing. Zoo smartelijk als die kant van de zelf-uitbreiding dan op zijn leeftijd werkt, bij een jongen die het geluk buiten het huis zoekt als hulp voor het uitbouwen van het huis-geluk zelve, zoo smartelijk maar met een voelbare pijnlijke uitzetting van zijn vleesch binnen in hem, voelt hij het: dat Roosje’s om-aaiïng hem drijft tot hunkeren naar dat andere, naar dat wat boven hem, hangt boven zijn grond, als om hem, scheurend onder de steigering, te doen opklauteren tegen die onwillige wolken van lucht die hem van haar scheiden: Louise Maria van der Wal, het Liefste Meisje van de Wereld. Vandaag verslagen, vandaag geweken, vandaag bloedig verwond teruggegooid. Vandaag als door luchtdruk van haar teruggeschoten: zij lijkt een stip. Vandaag genaderd, tot haar geloopen, door een drangkracht tegen haar zoetheid opgebotst. Vandaag haar liefste stem tot hem gehoord: „och jonge, nee; och jonge, nee.” Matthias, de jonges, Rorn, de Vaars, alles om haar stem te hebben gehoord, vlakbij haar:

243
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.