Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



„Aj! ’k wou je mij óók’s wat bracht, zoo’n rijke neef,” vleit zij tot Eli.

Gedrukt, door de verwaarloozing van haar eersten meisjes-bloei, rekt zij, als uit een sluimer, het bewustzijn van haar dof-verschoten weligheid omhoog, als in een zachte rilling van ontspanning, in Eli’s nabijheid. Een dunne, breede mond, zuiver; bij het zwart van haar vader in haar kroezige haar, zijn smalle oogen met het blauw van haar moeder erin; dat verschiet in een grijze vonking onder de lange wimpers, maar de oogleden zijn beleedigd door resten ontstekings-rood in de randen. „Gojsche oogen,” noemt men ze hier, en men bedoelt „gojsch” mooi, het bewonderenswaardige van een persoonlijken blik die buiten de oogenbliks-gevoelens van het huis dringt, zooals men van gojsch-mooi zou spreken, als Roosje naar haar eigen smaak haar mooie kleeren zou dragen. Iets zachts en trefbaars in den bouw, dat doorloopt van den gelen, dunnen nek; iets dierbaars in die armoede die het moois bezoedelt, maar niet aantast.

Een fijne zinnelijke krul in dien mondhoek, als zij tot Eli lacht; een heimelijk droomen van den blik als zij zich omdraait, alsof zij een geluk met hem proefde, dien fijnen jongen van haar Oom Jankef, die aanstaande Gazzen is, en iets bijzonders is en wordt in de wereld, al heeft Vader straks ook verteld dat het nou uit is met hem: dat-ie wel van die school zal worden afgedonderd en dat het dan uit is met Jankef zijn gaiwe (trots). Een jonge die toch immers iéts in zijn gezicht heeft, dat zij niet noemen kunnen, iets „rijks”, zeggen zij dan maar, tegen den spot en de afgunst in van de jongens die er bij zitten. En vandaag, vandaag is hij mooi! Vandaag staat zijn hoofd als een levende vaas, vol geheimzinnig vulsel van beroering en overwinning: het doorledene en trots bevochtene van den dag, door zijn oogen als met dofglanzende dekken afgesloten en toch nog doorschijnend getoond. Dat zijn lippen zoo vast opeen doet liggen zoodat je moeite zou hebben om hem een zoen te geven! nee, daar denkt hij niet aan, dat kun je wel zien. Roosje is nog even kinderlijk, alleen maar een graadje rijper dan Eli, die aan kussen nauwelijks denkt en zelfs tegenover Louise van der Wal daaromtrent niet eens bewust is. Hij ondergaat die streeling van het nichtje, maar iets in hem dat hij zich nog niet kenbaar kan maken, weert het af. Mautje staat met stille vereering van een glimlach bij hem: deze twee zijn de eenigen die hem erkennen hier. En merkt nóg iemand dien hang van het meisje naar haar neefje?

16

241

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.