Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



schelpvodjes, gepoetste steenen poppetjes, lorretjes van na-maak-parelmoer, een afgebroken wanschapenheid van een drager voor visite-kaartjes in twee verdiepingen en van gegolfd groenachtig glas, en aan den wand, behalve een konings-portret en een opwekkende gekleurde foto van diens begrafenis, een paar omlijste tafereelen van Biedermeyersche liefdesaarzeling, waarvan de ster-harsten in het glas de aanminnigheid der gezichten in taartreepen verdeelen. Het mag een groote jongen zijn die dien lust van de moeder naar braafheid in de kleine vormen eerbiedigt en er mee vooruit wil springen, de groote meisjes aarden naar de Leefmans; haar zwoele, maar vasthoudende zinnelijkheid die een waas om haar arm-vale, maar krachtige tint wolkt, zweeft er over heen, en zij wachten geduldig op den bruidegom, die haar talenten zal ontdekken en met de werkingen daarvan in goede japonnen gewaardeerd, naar de wereld van vrienden en zaken-kennis-sen zal pronken. Door de armoe-lucht heen die Eli zoo bekend is als zijn leven, treft hem hier nog de eindeloos rondhangende scherpe stank van de natte bedden: dat is de geur van üome David’s huis. Hij merkt wel dat het hier „mis” is; men weet nog niet wat hij komt doen; Oome David kijkt boosaardig uit zijn dicht-omplante oogen en zwijgt. Die vervloekte gek van een Jankef, bij wie men zijn leven nooit veilig is! Wat heeft hij zich met die gek aangehaald. Zoo iets uitzoekerigs heeft die, zoo’n neeten-teller is dat, die nar van een Paus. En dat stuk serpent van een „vrouw” dat-ie daar nou weer heeft binnen gehaald, dat gift-vulles begint daar opeens te kraischen over die Jom-Kipper-avond; dat bedoelt ze, dat brok emmer. Zegt het nog niet, maar morgen zegt ze het misschien ja. Zal wachten tot de heele wereld derbij is, dat end vergiftige kruip-slang. Gooit’m weer alles in zijn kop in het wilde rond en onderste boven, dat-ie der immers aan moet denken hoe in de golem hijzelf was, daar bij die schuur. Begint daar op haar eigen pest-prakkesaasie opeens over te stiechelen, alsof hij het gedaan heeft, om ’m de klinkklare dood op het lijf te jagen voor de brand en voor z’n sigaren, dat manzieke stuk adder. Alsof-ie het zelf nog weet als er zoo over begonnen wordt! Krummel een ziekte dat-ie dervan weet als-ie der zoo an terug moet denken: of-ie het gedaan heeft of niet. De jonges, ja, de jonges. Wie bewijst het? En is hij der niet geweest, en waren zijn sigaren der niet in? En als-ie het niet gedaan heeft, wie redt hem uit het Bajes als de politie gaat volhouen: hij heeft het gedaan? Sjimjesj-meryne wat een ding! dood zal ze vallen dat

239
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.