Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



uit, „ik geloof dat je nou heelemaal gek bent geworden niet?” „Is dat dan zoo erg?” vraagt David uit zijn zware zwarte bakkebaarden en zijn dikke wenkbrauwen, waarboven het gele harde vel rimpelt.

„Voor jou niet hè?” grijnst zij, terwijl zij hem haar hoofd toe-schudt, „zoo’n smeerlap ben jij wel hè? dat je denkt dat je met je gekke broer kunt doen wat jou belieft!”

„Bet! Bet! is’t asjeblieft ook uit?”

David lacht haar toe: „Kan ik dat soms helpen dat mijn sgoure bij’m verbrand is?”

„Nee hè?” bitst zij honend naar hem, „nee dat kun jij niet hellepen hè? dat het verbrand is hè? En nou mot je nog huit-keering ook hebben hè? van je gekke broer. Hij is der gek genoegt voor, probeert ’t maar. Probeert ’t maar es hoor!” „Mensch je bent mesjogge,” grapt David bang.

Aan lichaam en geluid trillend, gaat zij luider spreken, roepen. „Daar weet ik vanaf hoor! Hoe’n smeerlap of jij bent, hoor! Die zijn ouwere broer der an waagt hoor! voor een paar centen, omdat-ie zelf te beroerd is om zijn pooten huit te steken hoor! Die zijn arme ouwere broer deran waagt om’m in de gevangenis te ’ellepen hoor! zoo’n smeerlap ben jij, daar weet ik vanaft! Maar het gebeurt niet hoor, je kunt nou wel gaan, want je krijgt geen cent!”

„Nee?”

„Nee, je krijgt geen cent. Als-’t-ie jou een cent durft te geven! (zij wendt zich naar Jankef met verwijdende oogen, en slaat met één arm achteruit, dreigend naar Jankef alsof het Eli is) dan slaan ik hier alles kort en klein slaan ik hier, en ik gaan zóó het huis uit gaan ik, als die gek aan zoo’n gemeene smeerlap een cent durft te geven, dan slaan ik de boel hier kort en klein, versta je dat?” roept zij nu regelrecht tot Jankef. Jankef glimlacht pijnlijk en breedt zijn mond uit.

„Ik hen erg bang voor je. Vooral óm je, begrijp dat wel. Want dat duurt niet lang, dat zie ik wel, of je ligt languit over de vloer, heel kort een heel klein, en geslagen ook, dat wil zeggen achterover geslagen dan, begrijp je wel? as je zoo doorgaat. En da’s jammer, want dan kun je niet eens zijn blije gezicht zien als-ie zijn vijfentwintig gulden krijgt, want krijgen doet-ie ze toch! as je dat nou ook maar begrijpt. As ik zeg: zóó, dan doe ik toch zóó, en niet zooals jij wil!”

Aderen op haar voorhoofd, in een laatste poging om Jankef’s wil lam te schreeuwen: „En ik waarschouw je! Het gebeurt niet! Ik zal hier andere wetten stellen hoor! Die smeerlap zal

235
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.