Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



ACHTTIENDE HOOFDSTUK

Opgehangen is hij nog niet, oome David. Hij zit op zijn gemak met zijn grooten bebaarden kop in zijn jaskraag bij Vader en Betje te praten.

Beschaamd noch tegenover Jankef noch tegenover Eli, als die binnenkomt. Betje bijt op haar lip van woede tegen haar zwager; haar gezicht staat stil, aan trillen toe, en groenachtig geel. Kan Eli het met haar tegen iemand ooit eens zijn? Minachting heeft hij soms voor dien wroetenden gek, die boven op de teere dingen van je leven gaat liggen omdat hij daar lak aan heeft. In den blinde weg doet hij het, als een losgeslagen paard, dat er zelf niets bij wint dan de bevrijding van den angst om het touw dat hem deed rukken, en den nieuwen angst om de straten die hem zoo dadelijk de groene wei niet voorzetten. Verwijt je hem zijn dwaasheid: „Èh!” minacht hij, met een blik die zegt dat hij zooiets kinderachtigs niet van je had kunnen verwachten. Sluw zijn zijn oogen, terw ijl hij met zijn grooten mond onder zijn kolossalen bovenlip als een afdak, zit te praten; maar het is vreemd: zijn stem is niet valsch. Bauwer en snauwender dan die van Vader of zelfs van Ozer en Herman; maar er klinkt toch een echt-heidje in, dat je van ver als prettig kent: iets van die stemmen die hij vroeger vanaf het zolderslaaphokje omlaag hoorde, met een zoetheid van vernieuwend pleizier als er een gast was aangekomen, die dan dadelijk druk met Vader zat te praten, en een verband lei tusschen het bevriende in de wereld en je eenzaamheid. Het kan niet mis zijn; daarvan heeft hij iets in zijn stem en zijn lichaamshouding, Oome David, en daarmee is hij een moeilijk raadsel voor hem: onverdragelijk als een dom kwellend dier, en toch nog beminnelijk. Ja, vanmorgen! toen Paul hem liet merken dat de jongens de sigaren voor opgekocht gestolen goed van Vader hielden, en later toen dat duidelijk was, dat daardoor bij Matthias en de anderen nog een laagje minachting voor hem bovenop de oude was gekomen, toen heeft hij David bitter verwenscht. Maar nu; is alles nu weer niet anders? Nu is hij van school af. Dat is nog niet allemaal duidelijk. Maar voor één ding is hij dankbaar: dat die ontzettende oogenblikken in dat kamertje van de Vaars voorbij zijn. Dat is nu zoo’n bevrijding, dat is nu een reden om zoo tevreden te zijn; je hebt jezelf weer terug; je bent jong; het leven ligt weer voor je; en dan kun je beginnen met

232
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.