Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



tere, is, dat de Vaars gehoorzaamt, koest, alsof hij alles wat hij tot Eli gezegd heeft, vergeten is. Dat is laf en schuldig voor hem, maar het zet toch de Vaars niet gelijk voor hem aan die andere drie: Born en de beide portret-gezichten. Vanuit de gang, waar hij wacht, ziet hij na een oogenblik Born weggaan, naar den uitgang, de handen in de zakken van zijn lichte regenjas, het zachte losse grijze hoedje diep over zijn hoofd. Even later het lange lijf van Heideman om den hoek; Eli gaat weer bij hem. Hij staat stil, de Vaars, zijn hoofd naar omlaag: „Het is slecht geloopen,” zegt hij, „ik heb’m niet kunnen tegenhouden nou het oog ongeneeslijk is gebleken. Ik kan je zeggen dat ik mijn best heb gedaan, alles wat in mijn vermogen was. Maar.... er is behoefte aan wraak,” zegt hij met bittere klem, „dat is geen straf, dat is wraak. Daar was niets tegen te beginnen. Ik moest voorkomen dat door de ouders van alle leerlingen van de school een eisch tot verwijdering van jou zou worden gesteld. Ja, daarmee is gedreigd, en dan zouden we het nog veel erger verliezen. Dat moet je bespaard worden, zoo’n algemeene beweging tegen jou (hij knikt). Dat zou leelijk voor je zijn.”

Hij kijkt Eli aan. Die staat steeds te trillen; de spanning is onhoudbaar persend. Af en toe slaan weer de tanden tegen elkaar.

Opeens valt de lange man uit: „Ik schaam me voor je, dat het op mijn school moet gebeuren. Het is een schande. Ik beschouw het als een schande voor mijn school en voor mij, dat ik jou de toegang hier verder moet verbieden. En die jonges.... die jonges die er later spijt van hebben. Ze weten niet wat ze doen.”

Hij is niet sentimenteel, de Vaars, hij is uiterlijk nog onbewogen. Maar nu komt hij iets hartelijker op Eli toe; het is hun afscheid: „Jij, schik jij je nou maar in het onvermijdelijke zoo goed als het maar mogelijk is. Want één troost kan ik je geven, en dat meen ik;” hij neemt zijn arm en ziet hem vertrouwenwekkend in de oogen die nu volloopen met de eerste ontspannende tranen:

„Jij komt er wel,” zegt de Vaars. Hij legt hem de hand op den schouder: „Het bed is beter voor je dan deze kamer,” raadt hij, „geef me maar de vijf en ga dan maar gauw. Je hadt misschien nog leeraren goeiendag willen zeggen, maar doe dat vandaag maar niet.”

Eli knikt hem bij den handdruk met een diepen blik toe, en vlucht. Hij luistert bijna niet naar den blonden Johan van der

229
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.