hun drieën, en Jankef verzet zich maar tegen de wrangheid van de misslagen die zij wel moet begaan.
„Een mensch die geen bloed in zijn lijf heeft, kan wel alles over zich heen laten gaan. Zoo kan men niet redeneeren.” Hij kijkt van terzij naar Eli, op wiens gevoeligheid hij waakzaam is.
„Afwachten is de boodschap, dat zeg ik toch,” duwt hij haar zacht uit het medezeggingschap. „Een paar dagen thuis blijven maar, en thuis studeeren,” spiegelt hij nu Eli voor in een optel-toon, „maar net zoo lang aan z’n werk voor het Sjoel-feest bezig wezen tot dat het „perfekt” is, om het maar’s even daar op school een klein beetje te laten wegzakken. Endje naar buiten wandelen, en’s met mij mee als d’r es een mooi boodschapje is. Twee kwartjes in z’n zak kan-ie ook krijgen, van de verzekering, dan heeft hij toch ook nog wat van de brand. En dan verder maar netjes het zaakie laten doodbloeden, tot alles weer zijn gang gaat. Zit niks anders op. Of der nou gepraat wordt van zóó had het gemoet, of züs hadt je moeten doen, dat is niks niemendal waard, daar heeft-ie niks an. (zij schudt steeds geschrokken van die bestraffing, haar hoofd). Ik weet wel dat jij het zoo niet meent, maar nóu valt er niet te praten: Het is gebeurd en daarmee is het voor onze beschouwingen afgeloopen. Vóórdat-ie over een half jaar naar Amsterdam gaat, is-ie weer de gewóóne man daar, en misschien beter af, want het is óók wel goed als ze eens zien dat de Jood niet ook maar een stuk drek is dat zich alles laat doen zonder boe of ba te zeggen.”
Hij trommelt met zijn vingers op tafel, en zucht diep op. Rood-gespannen, maar voor Eli stevig gesloten van beheer-sching. De afstand is blijven bestaan, ja, geëerbiedigd, maar er is geen streepje verwijdering, en op dien afstand een krachtige saamhoorigheid waarbij Eli kan zitten en zwijgen. En Jankef heeft juist verteld van zijn gevecht met den agent van de verzekering, om voor de rest van zijn goed driehonderd gulden uitgekeerd te krijgen, als Eli wordt weggeroepen om op school te komen.
„Je praat van je af hoor,” heeft Jankef nog gezegd; niet bang wezen hoor! het Hoofd van de school is een puike beste rèsjaf-fen gooj, en voor de rest.... goed begrepen? wie anders wil die kan....doodvallen,” klemt hij, met een blik op een berg van driehonderd guldens waar voorloopig maar van af te nemen zou
226