Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



veel groote man om het te doen, en ik verlang het niet. Maar evenwels een leelijk vuil stukkie is het en blijft het, en daar zijn we nog niet van af. Potverdomme nog’s toe.”

Praat nu voor zich heen, met dezelfde groote oogen: ....„Heeft de sleutel niét willen gooien, en heeft ’m toch gegooid. En als een Jid (hij bedoelt een „Jid” zooals hij zich dien op die plaats denkt) éénmaal zooiets doet, dan is het of de Sooten (Satan) dermee speelt: juist die ééne keer gaat-ie het pest-miesemesjinne-sjalf door z’n bril heen. Geeneen van z’n beide oogen is-ie waard; voor hem is het een straf van God. Maar daar wordt natuurlijk vanzelf wordt daar niet naar gerekend. Hier, de vrouw en ik, schuld hebben wij niet, ook nog niet voor een krummeltje. Van een pak van een broertje van een van de jonges van de klas waar je zit, hebben wij niet vanaf geweten. En evenwels is het ook het pak niet. Want als het het pak niet is, dan is het het gemak, of de zak, of de bak of je pet, of hoe je praat of hoe je hoest: met dat uitschot van het menschelijk geslacht dat alle dagen wel zóó een beker Jodenbloed kan drinken, daar valt toch niet mee te redeneeren, daar kun je voor wezen wie je wil, het fijnste uit het fijnste, het helpt je niks, hij is vijand, en hij blijft vijand. Ja. As je vandaag met een pak van de winkel gloednieuw binnen was gekomen, was der niks anders gebeurd; wie stoken wil die stookt, en wie vechten wil die vecht.”

„Zoo.”

Gespannen voor zich heen zegt Eli na een moeilijk besluit: „Andere Jodenjonges hebben toch niet zoo’n last?”

„Onee?”

„Nee. Noem ze maar op. Siegfried en Leo Bloch en Max en Jozefie Vecht en Jaapie Manheim niet, die zijn toch ook arm. Niemand.”

„O, nou wat wil je dan?” zegt Jankef zonder uitweg.

Hij wil niks, hij weet zelf de oplossing ook niet. Hij kent er voor het oogenblik maar één, al is er veel waars in wat Vader zegt, en die is dat, naar hij meent, er vandaag niets gebeurd zou zijn als hij dat pak vandaag niet had aangekregen, en als de jongens niet wisten van den voddenhandel. Den vollen zin van die oplossing durft hij niet uitspreken, en Jankef durft het niet, al weten zij hem beiden: dat de afstand tusschen den stand van zijn school en den hunnen te groot is; dat de arme Jodenjongens en hun ouders dien afstand niet aandurven, en dat de levenshouding die dien afstand niet telt, de jongens prikkelt

224
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.