Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



instellen; nieuwsgierigheid naar het milieu van hun „medescholier”. (Matthias heeft op het laatste oogenblik het doel van hun opensluiting niet durven noemen.)

„En is er toen brand gekomen?”

„Ja. Ze hebben daar blijkbaar gerookt.”

„Jakkie. En is dat dan niet gevaarlijk voor Mat en de jonges?” „Nou, eigenlijk niet. Ze schijnen op dat punt dat Joodje nog al aardig in bedwang te hebben. Hij is natuurlijk bang voor ze.”

„Maar nou, na wat er nou gebeurd is....”

„Nee, nee, dat heeft-ie positief te kennen gegeven, aan een van de jonges die met hem in de bank zit.”

„En hebben ze hem daar dan misschien mee geplaagd? Want Pee, jij bent natuurlijk de paedagoog, maar die jonges kunnen mekaar wel’s erg sarren.”

„O nee, daar ben ik zeker van; de plagerij ging om een van de meisjes; dat aardige meisje van van der Wal. Die jodenjonge scheen haar notabene nog voortdurend lastig te vallen.” „Och God, lieve hemel, wat een gezelschap.”

„Ja en daarbij was-ie dan gekleed in een afgelegd pak van haar broer. Dat had die vader dan voor ou-kleer bij Mevrouw van der Wal of bij de dienstmeid gekocht....”

„Gunst, hemel, wat een toestand toch ook! As je hoofd der niet zoo ver van afstond, zou je der nog om kunnen lachen. Nou maar dat móest toch wel misloopen daar.”

„Nietwaar? Dat zeg ik toch ook. Zoo’n jonge niet? zoo’n Mat, die, ja, die komt daar immers in natuurlijk verzet tegen. Ga nou maar’s met de onderwijs-wet in de hand naar zoo’n jonge toe. Hij trok het zich natuurlijk aan dat zoo’n jeugdig individu het zoo’n meisje lastig maakt. Dat is niks voor Mat.”

„Nee, daar kun je toch echt wel inkomen.”

„Nou en toen werd dat heerschap giftig. Je zou psychologisch kunnen zeggen niet? al dat.... dat bederf, al die ziekelijkheid, die komt als het ware als een bodembezinksel op zoo’n oogenblik omhoog....”

„Hou op, Pee. Ik vind’t zoo vreeselijk om me dat oogenblik voor te stellen, ’t Is of je kind door een wild dier is aangevallen. Nee.” (zacht) „Dat is nou tenminste voor hem voorbij.”

Zij zwijgen, bezig met het verdryven van het afschuwelijke beeld van Matthias op het oogenblik van de verwonding. Zij zijn pas van het ziekenhuis terug; zij gaan den tweeden nacht in zonder hun jongen thuis. Stil, gedrukt zitten zij bij elkaar. Het bijna zekere verlies van een oog voor Matthias, diens

218
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.