Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



ren in welker zonbeschenen koudheid hij zich hard houdt: in zijn harte-hoek verbergen zich de verwachtingen van groote daden die zijn krachten en die van het zijne over de wereld zullen doen uitslaan. En de kleine ontsteltenisjes van het schuldgevoel jegens de millioenen op wier nood hij zich ge-ent heeft, zijn niet in weifelingen, verteedering en hoon verkeerd, maar omgeslagen in bitterheid en wrok, als van den misdadiger tegen zijn slachtoffer, dat hij den eersten steek heeft toegebracht. Hij is, ook in zijn massa, iemand met een randje eigenheid; en daar is hij trotsch op en stelt er zijn verwachtingen in, en tegen de veertig zwelt zijn verholen gistende hang naar meer onderscheiding en erkenning, ook voor zijn eng-persoonlijke krachten. Van Anna was de ware ju al zoo gauw af; de malschigheidjes op school die den dichter-leeraar aanhalen, zijn te jong. En het mooie Jodinnetje dat zich heimelijk aan hem opdringt, geeft, tegen alle verwachting in, aan zijn stillen opstand nog vorm; zooiets dat je nadert om je bezit te mogen zijn; het zoo volkomen andere, het poezig zwarte, het Oostersch geurige, kan niet heelemaal worden afgewezen. Per slot is hij toch een kerel, en kan niet een mooi meisje dat haar blik aan den zijnen ophangt om niet van los te komen, voorbij gaan zonder het aan te spreken. Kan niet, als het met haar zachtste stem bewogen in hem spreekt, zijn handen thuis houden die zich achter om haar leest willen leggen. Ten slotte is hij toch niet Jan en Alleman; en is er dan geen levensverrijking in die diepe kennisname van iets zoo anders? Het ras is een anti-maatschappelijk, een ellendig, karakterloos en uit zwakheid muitend en vernielend ras, als massa. Dat blijft. Afschuwelijk en laf is het ethische meelij met het zwakke dat ons in onzen voortgang, in de orde die daarvoor onmisbaar is, aan onze beenen kleeft, onzen weg bevuilt en ons afleidt met de sluwheid van zijn boosaardig vergaan instinct. Maar er zijn enkele Joden die het kwaad van hun volk helpen uitroeien en er boven uit zijn gestegen; zoo goed als de kerk, moet de sociale orde-moraal genade kennen voor den uitzonderlijken enkeling. Zoo’n meid is niet vrij van die troebelheid van het hare, maar het moet erkend worden: zij lijkt in haar hart meer dan half geëmancipeerd. Een ingehouden opgewonden standje, dat is duidelijk; maar is dat voor een man niet aantrekkelijk, bij zoo’n aandoenlijke overgave aan het maatschappelijk element, dat zij als het betere ontdekt heeft en waaraan zij verwacht zich te kunnen zuiveren? Het is dan een Jodin; maar zij lijkt werkelijk dan toch wel een bizonder beschaafde.

212
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.