Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



gens, door dat geweld van tegen-verachting waarop hij niet heeft gerekend. Eli’s poging om hem voor de zijnen te vernederen steekt hem. Dat vindt hij toch een machtig verweermiddel. Sluw, maar machtig en bloedrijk. Hij kijkt de jongens aan; hij voelt hun vertrouwen niet geschokt, maar wel zijn zekerheid omtrent zijn prooi. Want dat staat vast en dat verandert heel den toestand: het is geen prooi, het is een vijand, al wil hij niet erkennen dat die verandering al in hem begon toen hij Eli den moed zag vinden om Louise aan te spreken. Want dat was te veel daad voor hem; hij kon het niet negeeren en hij kon niet meer toe met zijn plan om den luizenjongen enkel maar ondragelijk te vernederen; en nu is hij op weg om nog veel verder te gaan. Want de toestand is scherp genoeg toegespitst om hem nog verder te drijven: geen tien tellen later ziet hij Eli Louise achterna loopen.

„Be-je boos op me? Hè?”

Bijna zou hij gezegd hebben: „Lieve schat?” Maar dit vindt hij al brutaler dan hij van zichzelf ooit mogelijk heeft gedacht. Hij weet nu wel dat hij buiten zich zelf is.

Nog eens, als zij met „Och!” afwerend haar hoofd heeft gekeerd.

Nog eens:

„Be-je boos op mij?” Mientje Wiegand ziet hij eenvoudig niet. Hij brandt alleen maar in haar oogen, wit, en licht wegend van onwerkelijkheid, buiten de schatting van zijn daden gedreven, in een bol van zalige suizing. „Toe, wees nou maar niet boos op me” (het wordt gevaarlijk duidelijk zoo; waar zal hij terecht komen, op welke lucht-dunne toppen van ont-ladenheid? maar hoe verrukkelijk is het als je eenmaal praat) „hè? ik vind ’t zoo afschuwelijk als je der boos om bent, jij....” Wat lacht zij! Mientje lacht van den weerslag, om dien volslagen gekken jonge.

„Och jonge, nee.”

„Gelukkig,” ijlt hij, „da’s verschrikkelijk lief van je.” (Hoe heerlijk! „Och jonge.... nee.” Is dat niet het zusje dat niet verder wil gaan? Is het soms niet goed dat hij gebleven is?)

En daar voelt hij, onthutsend, een verduistering: zich aangegrepen, en meteen, zonder tijd tot verweer, dooreengeschud en op zij gesmeten; bijna struikelt hij omver.

„Idak gap-maddel! Afblijven! Het verveelt me!” En tot Louise: „Idak gapmaddel! mag niet tegen jou praten. Mag niet!” Alles loopt weer bij. Geen bezinning meer in Eli. Hij schiet

201
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.