Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



„Wies! Hij is verliefd op je!” Daarop brullen allen van het lachen.

En Matthias:

„Heb-ie je straks om de jawoord gevraagd? Dan khom-die nog! Hij khom dervoor ukspres! Ja.... hij is daar van dood-eenfhoudige khomaf, maar,” roept hij, „hij breng wat mee!” Een nieuw gebrul, want Matthias heeft achter zijn boord in zijn nek gekrabd.

Het meisje vindt het naar; zij wil door den kring heen. „Kom Mien,” zegt zij zacht, „laten we ergens anders gaan.” Maar zij laten haar nog niet door.

„Wacht nou even,” roept Matthias, „tod-ie je de jawoord gevraagd heb.”

Eli kijkt haar van terzij aan, de jongens ook, naar den anderen kant. Er is geen verdriet hij hem; enkel bitterheid en de opgezetheid van de woede, en een tevredenheid omdat hij bleef; alsof nu dit alles zijn eind moet vinden.

Nu breken de meisjes geërgerd door; de jongens roepen haar nog na. „Wies, Wies!” roept Matthias, „bij Mozes, verlaadem niet; hoe-ie alle dagen van den öggendaf voor j’n op de pad-is om te naggelen!”

Eli kijkt rond; de kring is snel achter Louise gesloten; zy blijft er met Mientje buiten staan. Hij wil er ook uit, maar hij wordt zenuwachtig als hij die door-verbonden polsen ziet, die hij zal moeten aanraken. Hij ziet de gezichten, vooral dat van Paultje die nu zonder aarzeling lacht, en van van Wyhe, dien hij altijd zoo laf boven zijn krachten voelt. Van de anderen is alleen Frits Bunge ernstig vijandig; de rest is belachelijk van volgzaamheid terwille van de pleizierige afleiding, maar zij keeren er zich niet minder gevaarlijk om tegen hem. Matthias, een hoofd grooter dan hij, een alpine-muts op zyn smallen bleeken kop met zijn bril op den uitbreedenden wipneus, staat schuin van hem op een paar meter afstand, zwijgend. Daarachter de beide groepen meisjes, de lange Henri de Bas, die stiekem staat te rooken, en naast hem Wim Bijleveld, de spichtige nerveuse jongen van de weduwe van een platte-lands-burgemeester; hij doet aan niets tegen Eli mee en dat is fijn van hem, want het is, omdat Eli hem eens, tegen zijn angst en afschuw in, een schoone zakdoek om een bloed-spui-tende wond heeft gebonden en hem naar binnen geholpen, toen hij op een oud stuk hoepelhand trapte dat een ader aan zijn scheen opensloeg. En achter de kijkers waaronder er zijn die maar onbewogen het tooneel bijwonen, waarvan zij draag-

198

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.