Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



matigheid hij de onderlip af en toe uitstuurt om met een zuigje steeds de ruigheid van dat mannelijk machts-teeken vast te stellen, rekt zich in een volmaakte eenden-beweging naar links en rechts op zijn hals, met dien speurenden frons van den leeraar die precies zijn uiterlijke orde aan kan en daaraan een stel omtreklijnen geeft, hol, maar gedekt door altoos voorradige banale hardheid.

Er is gegiechel in de klas; het krinkelt door alle rijen heen, nog dunnetjes, maar aanhoudend. Eli heeft al een paar keer zijn groet naar Louise van der Wal willen probeeren, maar Paul zit met zijn heele lijf tusschen hen in. En het mag toch ook niet al te veel in de gaten loopen; hij moet niet alleen zichzelf, maar ook haar daarin een beetje sparen. En nu gaat het niet al te best meer. Nu hij een tel haar blik ontmoet, bekijkt zij hem met een blosrood over haar prachtige, roomkleurige tint; hij kan nog niet weten wat het beteekent, maar hij voelt zich niet op zijn gemak. Hij heeft nog even snel gezien dat zij ook weer wat anders aan heeft, vandaag: een fijn breisel van terra-cotta is haar jurk, en daarboven, om haar hals, hangt, fijn en gesloten, een snoer zwarte houten kralen. Haar ceintuur is ook zwart, tegen het zwart van de kralen en van de haren, en dan rusten haar voeten in lage bruine schoenen op de grondlat van de bank.

Wat kan er in ’s hemelsnaam tegen hem zijn dat haar zou aangaan?

Van het schuurtje? Durven de jongens niet vertellen. En hoe zou dat zoo gauw bij haar zijn! Maar er wordt naar hem gekeken. Hij richt zich op: wel verdomme, hij heeft goeie kleeren aan; zijn pak zit schoon en lekker, hij ziet er vandaag nu eens werkelijk even verzorgd uit als de andere jonges. En Born met zijn aanhang zullen toch wel een klein beetje koest tegen hem moeten zijn?

Maar hij kan niet weten wat er gaande is. Het is begonnen bij Suze Penard, de lange flinke ingenieurs-dochter. Daar zij achter Louise van der Wal zit, geeft zij die een peut in den rug, en zegt met een ingehouden schater om haar grooten mond: „Zeg Wies! je moet ’s kijken naar die jonge naast van Marken! zie je’t niet? die jodenman! zie je niet wat-ie aan heeft? ’t Is om je dood te lachen zeg! Z’n vader koopt immers ouwe kleeren op? Zie je ’t nog niet?”

„Nee zeg.”

„Da’s het sportpak van John! Gewoon éénig zeg!”

Louise kijkt voorzichtig. Die jonge was van de week in die

190
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.