Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



knoopen gesloten, op de jas; en een ceintuur. En dan die broek. Een lange broek, zijn eerste lange, die hem mal zou staan, als niet die fijne lichte kleur, de losse ruigheid van de stof en de omslagen aan de pijpen hem er zoo jong in hielden als hij is; het pak kleedt hem met het eerste positieve van den ernstigen knaap; hij ziet het dadelijk met zijn angstig keurenden blik: het brengt zijn verschijning geen enkele ouwelijkheid aan.

„We hebben eerst nog gedacht voor de Sjoel.”

„Omdat het een lange broek heeft,” vult hij zoet van stille ingenomenheid aan.

„Juistement, maar het is naar mijn idee niet Gazoones-achtig genoeg; te geschikt voor je school om geschikt te kunnen wezen voor onze Sjoel. Dat is nou eenmaal zoo, en dus neem het nou maar voor je school.”

Nog een glimlach voor den spiegel, en Betje die tusschen haar haren krabt, nikkend en met al haar weinige volksvrouwen-leutigheid lachend (want zij heeft het zelf gestreken):

„De meissies zullen ’m wat knap vinden nou, daar kan-ie op rekenen. Jammer dat het geen schrikkeljaar is, anders zou-ie wat een haanzoeken krijgen vandaag.”

Zoo reê maakt hem dat loszittende costuum, dat hij zijn gevoeligheid tegen haar nu zelfs kan overpraten. „Nou,” zegt hij opener van toon dan hij ooit op haar woorden kan spreken, „dan zullen we dat maar’s gaan kijken.”

Hij steekt zijn hand op ten groet.

„Bonjour meneer de Schwanzmajoor! Je geeft ze de komple-menten wel hè?”

Betje lacht overdadig, geknepen en bijna tot tranen; haar buik schudt openlijk mee. Zooveel vriendelijkheid is er in het kamertje sinds lang niet geweest.

Eli weet heel goed dat het is om het pak waarmee ze hem nu tevreden stellen; dat zij ergens hebben kunnen overnemen en dat hen dus niet zooveel kost als een nieuw. Maar de kleeren en de schoenen uit den handel opgezocht te dragen, dat is hij van kindsaf gewend; hij weet dat dit schoon is, dat het goed is, dat het past. En dus stapt hij er verrukt mee naar school. Hij gelooft dat hij een toon zal aanslaan vandaag, waarvan de rotste jonge zal opkijken, en koest zijn. Brutaal zal hij zijn, als de jonge die goed gekleed kan gaan. Want uit dat costuum stuiven in zijn verbeelding de manieren aan, die de zekerheid van den welgestelden stand heteekenen: rust in het spreken, stille aanmatiging, volleerd en als natuurlijk verzet tegen eiken

185
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.