Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



eens omhoog moet smijten, om te toonen wat hij weet. Of misschien weet hij dat ook,ergens, achter in zijn bewustzijn, in die diepte waar de vrees het kernbloed van zijn hart aan de ontroering toevoert: dat hij ze met de nagelscherpte van zjjn waakzaamheid moet vasthouden, alsof die voorbeelden heel zijn deel zullen beteekenen van de goede wereld waartoe hij deze wil zien herworden?

Hij heeft haar op die vraag toegeknikt, zonder woorden. Met zulk een dappere, heldere overgave van alles waarmee hij in zijn oogen een vriendelijken glimlach kan beelden, dat hij later niet begrijpt waarom zij niet op hem toekwam om zich met hem verbonden te verklaren.

En daar staat zij, vijf zwaarbeladen minuten lang, bij een van de hekjes die den doorloop afsluiten naar de banken, vlak vooraan in de ruimte van de Sjoel. Waar de geest van wilden deemoed en van ontstelde smeeking nog om het half-gedoofde kroonlicht, en om de rest van de sluimerig wakende kaarsgloe-den boven de banken bestorven ligt. In het nachtelijke van zijn dichte, suizende wereld, waar de bijna pratende mufheid van de gebedenboeken hangt; waar sinds zijn kindertijd, zijn verlangens als in stoflooze wagens rondreizen, van witten muur tot muur, en naar de hooge zoldering stijgen tegen het hemelsblauwe veld met de goudgeschilderde letters, waar zij liefelijk botsen en verstrikt raken in de wijkende pracht die de lange goudkleurige stang uitzendt wraar de stilstaande lichtkroon aan hangt.

En klinkt dat dan vreemd in deze Sjoel: Louise Maria?

Het klinkt al niet vreemd meer: Louise Maria. De klanken hebben, al wat zij on-cigens voor hem hadden, zoo volledig in zijn omstreeling achtergelaten, zij zijn zoo door zijn zachte kreunen gerold en herzet, zoo door zijn verlangen opgespannen, en van zijn drang doorzeefd, zoo opgenomen in zijn beste hersenvertrek om daar, dicht bij hem, wezen aan wezen, aan te zitten voor het overleg in den nood der zielswenschen, dat hij ze eindelijk in zijn mond tot gelouterde vertrouwdheid, tot twee Hebreeuwsche woorden heeft omgebeden. En zooals zij daar staat, en zooals hij haar daar nog ziet als zij met een vriendelijken groet weer wreg is gegaan, is zij voor hem opgenomen in dien bewogen, maar diep zoeten grond van de Sjoel, als reinste stoffelijke plan van zijn wereld van vandaag. Staat zij meegeplant in dien rijken vasthoudenden bodem, waaraan hij weet te zeer verbonden te zijn om vernieuwingen daarbuiten te beleven: een zusje.

180

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.