Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



stok terug te laten eischen. Dat was beschamend voor hem, en Vader begrijpt er niets van, hoe belachelijk kinderachtig dat is. Hij had moeten zwijgen, en honend glimlachen; hoe dan ook, dat is beter, echter, om ze met je vreeselijke minachting te laten zitten, als je ’t toch niet van tevoren onmogelijk gemaakt hebt, wat ze tegen je hebben uitgehaald. Hij weet: vergeving heeft hij niet voor de jongens. Maar tegen hun lage dingen veel dieper minachting dan zij voor hem. En dat moet goed zijn, dat moet helpen. Je moet met terug-doen -wachten tot je ze met die minachting heelemaal achteruit kunt schuiven.

Maar dat-ie de andere jongens op school niet van zoo’n smerige daad mag vertellen; dat-ie het hunzelf niet eens openlijk zeggen mag, dat is iets om uit te schreeuwen. Hij voelt het als een greep in zijn nek, die zijn lichaam tegenover de jongens tot zijn uiterste onmacht doet krimpen. Dat is om te bijten.

Overal brandt hier licht. De deur van het langwerpige kamertje blijft open, op den kleinen hal dien zij gang noemen; hij kan er door heen zien tot de buitendeuren die hij nu achter Oom David heeft gesloten, op de kruk, niet op den sleutel, want dat mag niet. Hij gaat er nu op twee van de stoelen liggen die om de langwerpige groenbekleede tafel staan. Op de holle stilte suist het gas. Het is een vertrouwelijke stilte; zij mag hol zijn, hij weet er de kleinere en grootere stevige broeiingen in die ze warm maken, en die zoo bekend en eerlijk zichtbaar zijn dat het is alsof ze met hem mee-waken. Het zijn: de geel-gelakte banken, de bruine Almemmor-tribune, met zijn trapjes er heen, zijn tafeltjes met de kandelaars en zijn zit-bank-jes rondom binnen bet hekje, en de groote Heilige Arke-kast. Die staat nu tegen den achterwand, met zijn bodem, vier tapijt-belegde treden hooger dan de vloer, met zijn versierden kop die voor Eli altijd een kijkend gezicht heeft gehad, als een kolossaal wezen, de machtigste helper van de Groote Dagen. Vol van het dienstbaar besef van de plechtige nachtwaak, houdt het Heilige Arke-wezen zijn dunne deuren om de Thorarollen versloten, om morgen die armen weer open te breiden, zijn levende schatten, door de menschen naar den dag wit omkleed, in hun handen los te laten, en vol bezig vertrouwen te wachten tot ze weer keeren achter zijn tevreden dekkende deur-armen. En in de stilte, tegen het wit van de muren en van de lessenaar-kleeden op het Almemmor en op het tafeltje vóór de Arke, leven ook bevriend het zwart van de klok-rand

12

177

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.