Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



„Hoe is het godsmogelijk! ” zoekt Jankef, „ik ben der de heele dag niet eens in geweest! David,” zegt hij, „een wóórd,” en hij plant zich recht en rustig voor zijn zwaren broer: „Het is toch ommers niet mogelijk wat ik denk, David? Doe host es toch nit getoon?”

„Wat?” snauwt David met een valschen woesten blik uit zijn halfgeknepen oogen. (Grousser Vater hoe kömt-ie deran? daar begint het spelletje al).

„Biste Mesjogge? biste dan toure-emmes (werkelijk) mes-jogge?”

„Nee hè?”

„Ik mag sterreven als ik begrijp hoe je je niet schaamt! hoe je ’t me vragen kunt! Op Kol-Nidrei-avond iemand zoo iets te vragen!”

Eli is naderbij gekomen.

„Nou,” zucht Jankef rood, „ik ga der na toe. De gooj hier, van Gent, is der al geweest. Ja (tot Eli) ik hen der ook al bij geweest. Ze zijn aan het blusschen, maar ik dorst van zellef de Sjoel niet alleen te laten. En de vrouw is der ook al bij. Ja, ik kan der toch niks an doen, daarom niet, op Jom Kipper. Ze zullen ’t wel zonder mij klaar spelen ook. Maar begrijpen doe ’k het met mijn verstand niét. Yan niemand.”

„En van Gent vertelt,” praat David met onderdrukte luidheid om de stilte van de Sjoel, „dat de brandmeester de schuur heeft moeten openbreken. Hob ich das denn gekannt?”

Jankef kijkt hem met zijn zachte wildheid aan, en weer langs hem heen.

„Ik weet het niet. Het moet iemand wezen die binnen heeft kunnen komen. Van gister af is der geen mensch van mijn in geweest.”

„Kan men niks van zeggen. Het kan lang smeulen eer het vuur wordt.”

„Ja dat is met een heele boel dingen zoo.”

„Maar wat maak je je de sappel? Je bent toch verzekerd? Ben je nou verzekerd of ben je nou niet verzekerd.”

„Mijn goed is verzekerd. Wat doe ik der mee? Moet ik het toch ook nog eerst betaald krijgen?”

„Verschwartzter nar, laat toch sarrefen! Je krijgt je rewoogem (winst) en je hoeft met je boel niet naar de mart toe!” „Finnef honderd gilde,” zegt Jankef opeens begeerig, „als het een beetje doorzet,” lacht hij, en met een blik naar David: „Dus David, doe waast niks dervon ab?”

„Ach! Bé-je mesjogge! Ik zoomin as jij en jij zoomin as ik!

171

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.