Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



oogenblik bijeen worden gedrongen; om de herinnering die Jankef, in deze verkilde verstandhouding, daarmee oproept aan de natuurlijke innigheid van voorheen op die oogenblik-ken. En aan de volheid van het leven rondom, toen Vader het ook bij de andere jongens deed, en Moeder, met de handen op het hoofd van de meisjes, haar: „God doe U worden als Sara, Rebekka, Rachel en Lea,” zei. Jankef heeft zich daarop verlegen glimlachend tot Betje gewend en haar de hand gedrukt; Betje en Eli hebben elkaar aangekeken en het ook gedaan: het beteekent het vragen en schenken van de vergiffenis voor de kleine onderlinge kwellingen van het leven in het afgeloopen zonden-jaar. Bedremmeld en ingehouden staan zij tegenover elkaar; hij moet alle dapperheid van daad en allen diepen wil tot Vrede die in hem woont, in zich opdelven, om het te kunnen volbrengen: de wond op zijn wang is ternauwernood genezen. Zoo zijn zij. Vader en hij, want Betje weet niet wat zij daar doen moet, samen zwijgend naar Sjoel gegaan, en onder het bidkleed dat alleen dezen dag door allen ook in den voor-avond gedragen en zelfs over het hoofd gedragen wordt, is al die deemoed, al dat strak ingezet en klagend en weer verkondigend belijden van de verbondenheid met God, en het verleden en lijden van het ras, voor Eli niet anders geweest dan het herproeven der zoete geheimen van het huis van vroeger, en een onbewuste strijd tusschen dat wat het huis daarvan voor hem overhield, en zijn gehandhaafde eischen om alles. Zijn strijd tegen den Jankef van nu, die toch eens de Jankef van vroeger was: een voortzetting van de trilling onder Vader’s handen bij dien zegen. En nu loopt hij weer terug naar huis, alleen, en zoo vol van dat eigene dat de avond hem toedroeg, dat het is alsof hij door een aan alle kanten omheinde gang, het bijna duistere stadje door van Sjoel in huis stapt. Het aflossen van Vader dat straks zal komen in de nachtelijke Sjoel, het morrelen hier aan de klink van de gesloten deur in de stille straat, zet hem zoo vol in het verleden, dat hij iets van den scherpen geur van het oude nest schijnt te ruiken, van waaruit hij eens met Vader in den Sjy-nerabbenacht ging Psalmen zeggen en koffie schenken, waar het ontdekt bleek dat Hartog, Mau en Ezra die thuis waren, weken tevoren voor de hongerige snoep de armen-bus hadden leeg geschud. Hartog is voor hem verloren; Mau is weg, en Ezra is dood; alle geheimen zijn bitter verloochend of belee-digd, hun heerlijkheid schijnt voor goed heen behalve in hem zelf, en toch is vader nog in het huis en doet hij soms of alles

168
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.