Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



ker zit en die straks gebonden wordt en naar het mesjog-gaamhuis in een celletje gebracht. Hij loopt weg; niemand ziet hem, en hij stoot, na dien tweeden kreet, geen derden meer uit; want hij heeft levenskracht genoeg om te voelen: dat hij zich naar buiten koest moet houden, en om zijn aandacht te zetten op het innerlijk afgrijzen dat hem jegens zijn eigen toestand vervult. Zoo kalmeert hij toch, al kan hij nog niets beginnen tegen dien ovalen ijzeren band die om het duistere en doorwaaide binnenste van zijn kop gespannen schijnt. Hij loopt, haastig nog, in den scherpen, snellen stap van een be-heerschte vlucht, en tegelijk als op een doel af dat hij niet kent; en bij elke gedachte aan de vlammen achter die ruitjes die den rook door het dakje drijven, rilt hij, met oogen die toch strak fronsend vóór zich blijven zien: verberging is hem niet vreemd. Waarheen? Naar het schuurtje durft hij niet. Den brand aanzeggen durft hij ook niet. Het schuurtje brandt, dat staat vast. Hij begint ook te gelooven dat hij het niet gedaan heeft; maar wie dan anders dan hij? Zijn slimheid op het voordeel komt weer boven: zijn angst om het te gaan meedee-len is toevallig in overeenstemming met zijn lust om den brand brand te laten, als die, hoe dan ook, er toch is? Waarom zal hij dan niet hopen dat zijn grootste angst in de eerste plaats daarin verteren zal? En waarom zal hij dan haastig waarschuwen, en Jankef is immers verassureerd? Een misdaad om het te gaan zeggen; als hij dan mesjogge is, zóó mes-jogge is hij dan niet! Of hij het dan zelf gedaan heeft, of dat het ja een Godswonder is: aan het blusschen geen hulp van hem; wat hoeft hij het gezien te hebben? Liever loopt-ie nog een eindje om, om eens tot bedaren te komen.

Nee, hij begrijpt nog niets van het verband tusschen het feit en zijn verlangens, en hij heeft zelfs het gevoel dat-ie nooit zal gelooven er geen deel aan te hebben gehad. Maar, als hij een eindje verder heeft geloopen, en hij komt inderdaad een beetje bij: Als het dan zoo is.... het schuurtje is aan het branden: een gierlach! Een gierlach slaat in hem op, naar zijn keel, een hoog gereutel: Het vuur! Het vuur! dat zijn werk doet! Heel Hoek van Holland moest er in versarrefen, en nog een beetje meer, nog heel wat meer! Laat het een beetje overslaan, laat een paar duizend huissies in de gloed gaan, laat de lieele wereld om hem heen in de gloeiend-rooie sarf komen te staan. En die Jankef, die verzekerd is!

166

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.