Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



looft hij. Natuurlijk kan hij zich zoo gemakkelijk geen wonderen denken. De grond kan opengaan en de sigaren kunnen in den grond zakken, misschien met schuurtje en al derby: maar men ziet dat maar niet zoo duidelijk voor zijn oogen gebeuren? Voor zijn part kan de heele politie met al de havana’s en al de meneertjes die ze rooken, óók derbij in den grond zinken, jid en goj met mekaar. Er is veel gebeurd van zijn levensdagen. En der is maar één ding dat God zou hoeven doen, of eigenlijk hém laten doen. Maar durft men aan zooiets denken op Joum-Kippoer-avond? of zelfs voor den volgenden avond? Eén goeie beste redding voor hem is er maar, en dat is één enkel goed lucifertje, in dat schuurtje, brandend. Het hoeft juist niet op die Hollandsche Havana’s terecht te komen, want die hoeven niet precies met lucifers te worden aangestoken, dat is nou zoo erg gewoon. Als een baaltje vodden een beetje flink warm wordt, en als dat dan weer de sigaartjes zou aansteken in plaats van die andere vodden-baaltjes die het anders zouden doen, dan zou dat ook heel best zyn. Als het maar gebeurde, goed, en gauw! „Tsy-oelemad” ga eens na en reken uit: wég, uit de wereld moeten ze, die vuile doosjes van dat stuk heete gif dat hem in de doodsbenauwdheid heeft gebracht met zijn smerige smoessies van „ik ben der ook goedkoop an gekommen,” zoodat men denkt, het is wel te wagen, een klein metsieje-tje (buitenkansje) voor over een paar weken buiten stad. Naar de verdommenis moeten ze, maar hoe? David blaast, in zijn benauwenis.

Jankef de sleutel van het schuurtje vragen. En ze ’t majem (water) in donderen. Gooit-ie de „keeren” met de winst derbij weg; was ’t daar soms om te doen? Ja, hij zal daar heelemaal gek zijn! En toch zou-ie der vandaag geen stap mee durven doen, nou gister een van die ganneven van de fabriek is opgebracht: als vandaag de zijne gepakt wordt en hij vertelt bij wie-ie al zoo verkocht heeft, vallen ze ’m zoo op zijn lijf, en is der geen redden ook meer an. Grousser Vater Jisrovl: groo-te knappe kinderen, en kleine kinderen. Wat een vuiligheid, en niemand die der wat van afweet, dat is niet te harden. Men zou wat durven om eruit te zwemmen: wat zou ’t Jankef sjadden (schaden?) Hij krijgt zijn geld eruit, hij is verzekerd. God weet slaat-ie der nog een slag mee, als alles versarrefen (verbranden) zou. Maar op Joum Kippoer-avond een lucifer aansteken, en die in een schuurtje met kleeren en vodden te gooien, dat is niet één lucifer aansteken. Dat heteekent dat er nog door jouw handen wel zooveel als duizend lucifers gaan

163

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.