Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



TWAALFDE HOOFDSTUK

D

e aarde beeft; de rammen fietsen.

Dat klapje op zijn kop mag dan onverwacht gekomen zijn en even opschrikken, het was niet hard; dus zou het nog wel een grapje hebben kunnen zijn. Het wegritsen van je pet is alleen maar vijandig als ze niet dadelijk op haar plaats terug wordt gebracht. Dat zijn stok hem door den fietser aan de andere zij ontgrepen wordt terwijl hij juist naar van Wyhe keek die zoo zonder een kik doorsuisde, maakt het hem wel erg moeilijk nog aan een grapje te gelooven. Toch doet hij alle moeite, dat overvalletje, zelfs na de sleutel-ge-schiedenis, als een uitgelatenheid te zien die nog de saamhoo-righeid niet buitensluit; want de vijandschap in den grofsten vorm van lijf tegen lijf moet zoo lang mogelijk worden weggehouden — tegen die overmacht. Hij moet natuurlijk wel een vreemden indruk maken op die jonges, hier op dien weg: zijn oud vodje pet, zijn sof van een pakje kleeren, en die stok waarmee hij als een vee-kooper stapt. Hij lijkt nu zoo weinig op die jonge van school, al vindt hij het zelf een lekkere klee-ding zoo: je hoeft niets te ontzien. En hij moet nu eenmaal eiken dag dat tippeltje maken, en dus is een stok gauw verlangd en langs den weg gesneden, en doorboord voor het „souger”-touwtje om je pols heen. Dat Gerrit Jan van Wyhe dan ook zijn pet in lol omhoog houdt voor de anderen, en roept: „Een skalp!” en dat de zwarte Frits Bunge met zijn sluike haar en zijn half-dichte oogen daarop den stok omhoog steekt en schreeuwt: „Een speer!” dat is begrijpelijk en nog niet belee-digend. Maar dat stok noch pet terug komen, en dat dan dat zwilhoofd Ap van Leeuwen met zijn tachtig kilo stommiteit en met varkens-oogspleetjes tusschen zijn vijf pond lip door gniffelt: „Pas maar op met je skalp; doe ’m maar in een stuk papier!” en dat Dick Horstmans, tusschen de blikkerende ka-chel-smederij vandaan, dan grinnikt: „Anders loopt-ie weg!” dat trekt alle hoop uit hem weg op eenig verhand. Maar het ergste, het ontzenuwendste is wel de houding van Matthias op dit oogenhlik. Hij rijdt, als sluiter van zijn troep, Eli kalm achterop, naast Loe Buishof, een sclieele reus, die nooit iets kwaads doet, en kalm en middelmatig werkt. En Matthias laat voor het eerst sinds anderhalf jaar zijn stem openlijk naar Eli hooren; hij zegt, in schijn tot Loe, maar nu openlijk voor Eli bestemd, onder het langsrijden:

144

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.