Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



zingen van heel zijn overladen jongenshart; dat onttrekken van een willigen overdaad aan zichzelf. Die overdaad komt dan, als in beelden van gevleugelde wezens, hoog tegen het wit van de Sjoel-muren te staan, in de vormen van de melodie, prachtig, en tegelijkertijd zijn eigen bevrijding en on-aantast-bare overwinning. Dat is de zoetste en sterkste heerlijkheid zelf: te mogen doen wat hij te kennen heeft gegeven voor alle anderen samen te kunnen: het opgooien, uit de kast van het lichaam, van die aangedurfde volheid aan vreugde en smee-kend verlangen naar veiligen bloei van het leven voor alle menschen, die het brutaal of bedremmeld ontkende doel van allen is. Als dan allen zonder verzet zich overgeven en moeten instemmen, tot een volledige belijdenis van den voorrang van het leven en van de samenheid; dan heeft hij hen gedwongen, heeft hun tegenstand doormidden gebogen, en de uitgesmeten golven en pijlen zang staan, vereenigd, hoog in de Sjoel tegen den witten muur, tot gevleugelde wezens van fijne, grijze en gele en witte tinten, met enkele stille trekken; en een vastheid in hun zweving die alle ontkenning overweldigt. Dan heeft hij ze gemaakt, die beelden, en de overwinning is een stil feest, van hem tot de luisterende menschen, en van hun dank tot hem terug: een oogenblik dat blijvend is in de diepte van hun samenzijn op de wereld. En de geliefde komt dan. Hij zingt in den vóór-avond met het koor de beide soli van het Legoo Dou-die, van het lied dat de Sabbath als bruid van het Volk verwelkomt; hy leidt het in, het koor sluit aan; tegen het slot, waar de veranderde melodie weer tot die van den aanhef wordt teruggevoerd, herhaalt hij den laatsten dicht-regel. En het koor sluit, nadat het zijn solo met een zacht orgelend geluid heeft onderloopen, alsof zijn jongensstem een lichte, in fijne waterverf gehouden wagenvorm was, waaronder het koor een donker-blauwig rijdvlak schoof, kartelend, een zachte trillende dreuning. Aan het eind van den dienst, dien feest-avond (het is de vóór-avond en Christen-gasten van het kerkbestuur zullen er dan niet zijn, maar wel veel Joodsche en die van de gemeente-leden) zingt hij nog eens een solo in het heerlijkste Joodsche lied dat hij kent, het Jikdal, dat hem als kind altijd gelukkig heeft gemaakt omdat het het lied is van de Feestdagen. Zacht inzettend, op een na den laatsten versregel van de vele die het koor dan al als een massa voedsel voor zijn verlangen zal hebben opgeworpen, zal hij zijn solo op-veeren naar de hoogte over hun hoofden heen; één hooge G die je jofel kunt grijpen als in een scheut aan een gymnastiek-rek, en waar je

140

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.