Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



hoef ik het ook niet (Betje van Gelderen giert gedwongen op; Eli glimlacht nu toch om Evelien’s aanvleiing tegen Jankef, die dat zoo vriendelijk aanneemt. Hoe is het mogelijk dat Evelien elke aansluiting op hèm ontwijkt: haar overgevoeligheid treft hem bijna alsof het zijn eigene was) „maar een knappe jonge nou dat was ik! Meissies waren knappies mesjogge op me hoor, dat wil ik je dan wel vertellen.”

„Nou stil maar,” zegt Evelien, „ik geloof het wel. Wat Vader? Hij was nog zoo’n slechte keus niet geweest. Als-ie nou maar niet getrouwd was.”

Haar grappigheid gaat haar gedwongen af: zij speelt ze op de kracht van haar geaardheid. Hoe aardig Jankef dan geweest mag zijn, al was het zelfs een knappe rijke jonge geweest: een knappe jodenjonge, dat zegt haar nu niks. Zij doolt er met haar verbeelding koud om heen, en dan herstelt zij zich met inspanning: „God god!” schudt zij opeens haar hoofd in haar opkomende oolijkheid, „wat een schep kinderen heeft die man zich aangehaald. God, God, al die kopzorg derom. En nog is ’t een aardige kerel, waarachtig.”

„Ja toe nou maar,” Jankef tikt haar tegen de wang, omdat haar hoofd nog tegen zijn schouder ligt, „neem nou maar gerust een loopje met mijn. Je goedkeuring die krijg je toch evengoed van me. Van mijn een goedkeuring, zoowaar als ik leef. Hij nommero één vandaag, en jij nommero twee. Waarachtig.”

Evelien zwijgt. Verstrakt. Blikt voor zich uit. Tegen Jankef’s arm aan. Dat zal wel, denkt zij: een goedkeuring, als je alles wist wat ik in mijn hoofd heb; God, god, ik ben gek. En diezelfde Jankef Leefmans maakt me nog gekker dan ik al ben. Ik ben verliefd op die man die daarginds over de straat loopt.... Dat heb ik me in mijn hoofd gehaald en ik bèn verliefd op ’m, ik wou dat ik z’n vrouw was.”

Evelien weet wel dat het niet de Liefde is, niet het zuiverste, vervullende en omscheppende gewaarworden, dat eens de grond was van haar vroegsten-meisjesdroom. Zij weet het. Maar zy geeft zich over aan dit lokkende steunpunt van ontlading, omdat hier ook de bovenbouw van dien droom haar doet hunkeren: een van dien kring te zijn. Maar zij weet dat zij nu met Born bezig is: dat Aaronnetje de Leeuw haar dichter op hem dreef. Ik hen wee, denkt zij, ik wou dat ik thuis was en vierentwintig uur mocht liggen huilen.

„Ja, ja,” zegt Jankef opeens vriendelijk in haar oogen, half sentimenteel en niet zonder zinnelijke beroering hoewel hij

125
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.