Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



min als Jankef zich vrij voelt zoolang zij zoo gedwongen als gastheer en bezoek tegenover elkaar zitten, „overmorgen is het Eeref Rosj Hasjoone, en dan moet ik morgen uiterlijk twaalf uur nog een achtste boter in huis hebben.”

„Een achtste.” Jankef kijkt naar Eli. „Ja meneer, denkelijk gaat hij morgenochtend.” (Jankef wil niet bekennen dat Eli bijna altijd dien contróle-dienst op de boter bij de boeren waarneemt) „dus de jonge man zal er zorg voor dragen. Een achtste, Eli.”

„Dat is dan wel vroeg voor hem,” zegt Meyer droogjes.

„’IJ mach toch zachts mag-ie wat voor zijn vader over ’ebben.” Bet je denkt raak te treffen in de „eert Uwen vader en Uw moeder”-stelling van den Gazzen.

Meyer lacht fijntjes; zijn beroemde glimlach-baksel, een sjaa-let, die alles inhoudt, wat onderscheiden genieters erin wen-schen te vinden.

„Laat-ie ’t maar niet vergeten,” redt zij zich tegen die samengesteldheid.

„Dat is nou niet het moeilijkste dat-ie te onthouen heeft: wat jij jonge?”

„Ik vergeet niks,” zegt Eli in zijn strijdbaarheid.

„Zoo. Vergeet jij niks. Maar men moet ook wel eens wat kunnen vergeten Eli.” (Eli voelt Meyer’s zwakheid: hij is nu toch vriendelijker dan in zijn eigen huis. Slim, maar niet echt fijn.) Hij lacht:

„Ja, maar dat is moeilijk.”

Meyer kijkt omlaag. „Affijn,” zegt hij weer, „als men dan maar eens iets voor zichzelf kan houden.”

Hierop knikt Eli saamhoorig.

„Nou dat kan-ie!” haast zich Jankef, „meneer.... waarachtig, ik wil ’m geen pluimen geven, want hij heeft het ’r vandaag bij mij niet naar gemaakt. Maar de man is wel zoo, dat als-ie niet los wil laten, dan krijg ik, versta je wel? ik krijg ’t er niet bij ’m uit. Mooi kan ’k ’t niet vinden. Maar het is zoo.”

Hij kijkt Meyer in de oogen:

„Kaan wort von haint, was er geheert hot,” (geen woord van wat-ie vandaag gehoord heeft) klemt hij.

Evelien blijft zwijgend zitten; zij kijkt af en toe naar Betje van Gelderen op: zoo’n toestand, zwanger, in zóó’n huis! Al vindt zij Jankef te goed voor zoo’n vrouw, het is haar onmogelijk, haar verbeelding met die hulpbehoevendheid te veree-nigen. En Betje mag verlegen worden om haar armoede, zij kijkt niettemin trots op haar huik.

118

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.