Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



dat zulke jonges dat zoo diep in zich omdragen, die brutaliteit? Om tegenover ons te doen wat ze maar in hun kop maar opkomt? Alles wat ze letterlijk maar lust? Die brutale minachting van een mensch?”

Marius bloost niet meer: hij is nu vuurrood bij die woorden, en hij heeft tranen in zijn oogen. Zijn hoofd staat van Jankef geweken alsof hij er een tik tegen zal krijgen.

„Jazeker, het is ook vreeselijk gemeen,” hakkelt hij. „En nou zult U zeggen: „ik zit nou ook weer met m’n vingers zoo maar hier aan Uw schuur.” (En dan ben je nog de vader van dat aardige meisje. Waar ik eigenlijk niet tegen mag praten, zul jij wel vinden. Jezis, wat beroerd.)

Bij dat slot van zijn biecht is het bovendeel van zijn gezicht ook nog vol rood geloopen.

Jankef heeft met spanning naar dat schuldige gezicht gekeken; die spanning zakt en splitst zich bij deze oplossing.

„Ja ik begrijp het wel. Je doet het natuurlijk juistement om het goed te maken.” Hij kent zelf de bitterheid van die woorden niet. Hij wacht. „Je doet het voor hèm,” zegt hij met duidelijker en beslister afwijzing.

„Ja zoo is het ook. Ik wist natuurlijk niet dat U dat niet goed zou vinden.” (Ik doe het werkelijk om iets aan jullie goed te maken, dat ik met je dochter kennismaak. Geloof nou toch, dat ik het goed meen.)

Jankef wordt zwak van woorden tegen zijn wrevel in, tegen zijn gevoel van verslagenheid in, van ontmandheid om dien sleutel, en om dezen langen jongen die in weerwil van zijn zachte houding, in een even onweerstaanbare driestheid zijn handen met zooveel pleizier uitsteekt naar het zijne.

„Ja, nou,” zucht Jankef, „dat is dan nou eenmaal zoo ver; het is vanzelf buitengewoon vrindelijk van je om hem te helpen.” „Ja, hij zat er tusschen. En in zoo’n geval weet ik maar niet beter te doen dan zoo’n jonge even te helpen. Ziet U, ik klets liever niet zoolang over zooiets. Ik zeg eenvoudig kom ga mee; zullen we samen een nieuwe sleutel op dat slot laten maken.” „O, dan ben je dermee naar de smid geweest?”

„Naar de smid. En hier heb ik de nieuwe sleutel.”

„’t Is wel radikaal.”

Jankef neemt Marius op; wonderlijk sjalf; knap sjalf. Hem ook een zorg. Maakt het hem ook evengoed benauwd in zyn hart, zoo vriendelijk als-ie dan wezen mag. Wat kan men er tegen doen? Niks is van jou. Geen uur van de dag, en geen sleutel van je schuurtje zelfs niet, en geen deur dervan, en je

110

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.