Jankef's oude sleutel

Titel
Jankef's oude sleutel

Jaar
1930

Pagina's
336



lezen van zulleke distelen. Het is zoo. „Hij verandert de rots in den vijver, de keisteen in een waterval.”

„Hoor zoo’n gek!” straft Klaartje vergeefs.

Jankef, hoewel gekrenkt, kijkt langs hem heen: als Eli hier komt, onthoudt Ozer hem weer de erkenning van Jankef’s wonderlijke waterwel te zijn. „Het kan niks wezen het moet bedrog wezen,” valt hij dan uit, zonder den jongen te begroeten, „de appel kan niet ver van den boom vallen ik kan het niet gelooven zal ik sterven dat ik het niet gelooven kan dat er ooit een malschheid gesneden kan worden van een blad dat niet deugt.”

„Je broer David,” zegt Herman nu tot Jankef, „heeft zich beklaagd dat-ie geen stukje plaats in je schuurtje heeft kunnen krijgen voor een beetje handel dat-ie gekocht heeft.”

Zonder Jankef’s antwoord uit diens verbaasde en geplaagde gezicht af te wachten, straft hij: „Is dat dan zoo erg? om iemand een kruimeltje plaats af te staan als het niks kost? Zooiets kan ik niet begrijpen,” zegt hij, voortschrijvend, en hij maakte een miene van droge beschaafde onderwijzing, „als men altijd de mond vol heeft over het goede en de plichten van de mensch enzoovoorts” (Jankef trekt zijn oogen op bij dien uitleg van zijn kalme, bescheiden en vroolijke wijsgee-righeid, maar hij brandt toch een beetje om de valschheid die hem wil treffen) „dan misstaat het niet zou ik zeggen, als men ook een enkele keer daar eens naar handelt.”

Jankef kijkt naar Fie. „Het is wel aardig,” roept hij tot haar, „niet? een aardig stukje? maar hij is werkelijk mooi?”

Fie haalt de schouders op en weert hem af. Dan een gebaar: „och!” en zacht: „heeft David in het geheel niet gezegd!” Herman: „Heeft David dat niet gezegd? O, is het niet waar? Kijk, die is der goddank weer om de correctie te geven. Ik was ongerust over het uitblijven van de inmenging van de Tolk, maar gelukkig daar is ze.”

„Een onmogelijke zaak,” zegt Jankef.

„Zoo? nou dan maar onmogelijk.”

„Ja.” Jankef kijkt rond naar de kopjes thee die Rachel op het hreede aanrecht tegen het raam ingeschonken en nu uitgedeeld heeft. Alleen Fie’s kopje blijft gevuld bij de theepot staan.

„Voor wie is dat dan?” vraagt hij Rachel.

„Dat? voor die,” wijst zij.

„Ja ja!” roept Fie; zij haalt het van Jankef weg die het haar overgeeft. „O voor die,” spot Jankef.

100

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.