101
werden reeds geregeld gegeven) over infectieziekten, verbandleer, voedingsleer, gegevens omtrent deportatie en kampen, UNRRA, internationale hulporganisaties, enkele joodse problemen, land en volk van Polen. Verschillende in Zwitserland bekende persoonlijkheden, die ervaring hadden van hulpwerk, waren bereid op deze cursus te spreken naast Hollandse sprekers.
Tijdens deze cursus ontvingen wij het bezoek van Graaf van Bylandt, die veel belangstelling toonde, echter weinig oor had voor onze moeilijkheden met de „officiële” Nederlanders in Zwitserland, die ons werk voortdurend remden.
Sedert September 1944 (bevrijding van Frankrijk, België en het Zuiden van Nederland) hadden wij reeds herhaaldelijk schriftelijk en telegrafisch gevraagd het team in te zetten, waar dan ook: Holland, Frankrijk of elders, in afwachting van de mogelijkheid naar Oost-Europa te gaan. Ook werd voortdurend verzocht om persoonlijk contact voor de leiding met de heer Ferwerda, daar talloze problemen (status, uitrusting, materiaal, onderhandelingen) per telegram of brief niet voldoende opgehelderd konden worden. Tot December 1944 werd op geen dezer verzoeken ingegaan, behoudens één telegram, ondertekend door de minister van Sociale Zaken: dat ook legers dikwijls jaren moeten wachten, alvorens ingezet te worden.
In December 1944 werd Dr. P. D. naar Parijs geroepen voor een bespreking met de heer Ferwerda, waarbij deze het uitgewerkte plan (opgesteld als harmonica, d.w.z. in verschillende afmetingen) werd voorgelegd. Motorisering bleek niet de bedoeling. Vrijwel alles werd, mede wegens de kosten, geschrapt, Nadat Dr. P. D. op de z.i. absolute , noodzakelijkheid van althans enig gemotoriseerd materiaal gewezen had, was de heer Ferwerda bereid te trachten in Engeland enige wagens te charteren. (Bij Dr. P. D.’s aankomst in Londen in April 1945 bleek hiervoor nog geen enkele stap gedaan te zijn). In overweging werden gehouden: administratie-uitrusting, medicamenten, kleding voor D.P.’s.
Tussen December 1944 en aart 1945 ontvingen wij elkaar voortdurend tegensprekende opdrachten over aankoop dezer goederen. Een crediet werd verleend — een bedrag in Zwitserse francs, die achteraf bleken bedoeld te zijn als Hollandse guldens — zonder dat evenwel geld naar Zwitserland werd overgemaakt. Af en toe ontvingen wij telegrafisch de vraag of alles voor verzending in orde was — of de aankopen voltooid waren — dit als antwoord op ons voortdurend vragen het benodigde en toegezegde geld nu'ook over te maken, aangezien wij in Zwitserland slechts „cash down” onze bestellingen konden plaatsen. Natuurlijk werd ook nimmer medegedeeld, waarheen de verzending moest geschieden. Ook werd ons opgedragen reis- en vervoersmogelijkheden te onderzoeken, zonder dat het doel van de reis of de route werd aangegeven. Omtrent een zeer belangrijk punt, de uitrusting der teamleden zelf, kon niets bereikt worden. Op 28 Februari 1945, toen wij een telegram ontvingen, dat de équipe met ingang van 1 Maart beschouwd moes.t worden in actieve dienst te zijn, gesalarieerd moest worden en klaar moest staan om op telegrafische order onmiddellijk te vertrekken, was natuurlijk niets gereed: noch kleding, noch verder materiaal, noch officiële papieren, noch contracten — een