102
situatie, die in Londen na al onze brieven, rapporten en telegrammen wel bekend mocht worden verondersteld. Wel lagen alle orders en bestellingen klaar en waren alle besprekingen omtrent aankoop- en uitvoervergunningen met Commission Mixte van het Internationale Rode Kruis, Don Suisse en Ministerie voltooid. Het toegezegde geld ontbrak echter en op onze vragen daarnaar werd nimmer gereageerd!
Eind Maart werd Dr. P. D. „urgently” naar Londen geroepen om met een missie van drie leden naar Moskou te vertrekken voor voorbereidend werk, — aldus het telegram van de heer Ferwerda.
Eind April in Londen gearriveerd bleek al spoedig van Russische visa voor deze missie geen sprake te zijn. Verder bleek het toegezegde geld voor het uitvoeren der opdrachten in Zwitserland door een reeks ingewikkelde vergissingen (?) nog niet overgemaakt te zijn en ook niet overgemaakt te kunnen worden (?). Werk voor ruim 40 valide, streng geselecteerde vakmensen, die sedert September 1944 als gebonden ^an de repatriëringsdienst beschouwd werden (echter tot x Maart 1945 zonder enige vergoeding, terwijl zij toch op last van de heer Ferwerda alle andere mogelijkheden — militaire dienst, betrekkingen in Engeland, oproepen van andere departementen — hadden moeten afslaan) — werk voor dit team bleek niet verzonnen te kunnen worden!
Wat de ons opgedragen aankopen betreft, Dr. P. D. ontdekte na diverse besprekingen, dat, behalve kantoormateriaal, alles, wat ons door de repatriëringsdienst opgedragen was in Zwitserland tegen exorbitante prijzen te kopen, bij diverse regeringsinstanties te Londen aanwezig was (medicamenten en kleding). Daarop stelde hij aan de repatriëringsdienst voor de reeds vier maanden aangehouden onderhandelingen in Zwitserland te cancellen en liever het bedrag van Zw. Fr. 200.000.— te sparen. Ons aanzien in Zwitserland zal evenwel niet bepaald versterkt zijn door deze vreemde gang van zaken. .
In Mei 1945 (van vertrek oostwaarts van Dr. P. D. of team nog geen sprake) werd met de heer Brandei namens de Missie Parijs — na overleg met en in bijzijn van de heer Ferwerda — een contract ondertekend door Dr. P. D. namens het Zwitserse team, dat dit team in Frankrijk bij de missie te werk gesteld zou worden, daar deze, volgens de heer Brandei, dringend om personeel verlegen zat; de équipe zou volgens dit contract aldaar onderdak en uniformen ontvangen en t.z.t. verder uitgerust worden voor de uitzending naar Oost-Europa. — Kort hierop begaf Dr. P. D. zich zelf naar Parijs en hier bleek, dat de missie aldaar niet op de hoogte was van dit contract of van enige afspraak, geen werk had voor onze mensen, nog minder onderdak en uniformen, en dat de heer Brandei bovendien geenszins gerechtigd was iets voor de missie in Parijs te ondertekenen. . .. Ten einde raad ging Dr. P. D. hierop de heer Ferwerda, die toen in Eindhoven was, persoonlijk van deze débacle op de hoogte stellen. Deze vond het „sneu” maar toonde verder geen belangstelling. Vervolgens werd de mogelijkheid besproken onze équipe, indien de Nederlandse repatriëringsdienst haar dan niet nodig had, bij nader inzien (al werd dit nimmer uitgesproken) en bloc aan de UNRRA aan te bieden en Dr. P. D. adviseerde Ferwerda zich te wenden tot de heer Tihucheff, UNRRA-man voor Nederland. / De heer Ferwerda prefereerde echter, zei hij, deze zaak met de UNRRA