84
van Pallandt poolshoogte zou nemen, gaf de Groot te kennen, dat hij zulks niet wenste en zelf competent was, de zaak te behandelen. Inmiddels gebeurde niets. Waar de kans om onze gedeporteerden in Belsen te redden, met de dag slonk, stelde ik mij met de heer van Zwanenberg van de Joodse Advies-commissie in verbinding. Wij besloten tezamen de heer van Pallandt te bezoeken. Laatstgenoemde bleek door Sociale Zaken op uiterst summiere wijze op de hoogte gesteld te zijn, doch verklaarde zich onmiddellijk bereid onze gezant om nadere inlichtingen te vragen en hem over onze besprekingen met de Noren te oriënteren.
Inmiddels was bijna een maand verstreken sinds Woensdregt’s eerste bericht inzake evacuatie Belsen. Het was inmiddels April geworden, de geallieerde legers waren reeds over de Rijn en rukten snel in Noordwestelijke richting op. Al spoedig kwam Belsen in de frontlinie, zodat van de uitvoering van het Zweedse plan geen sprake meer kon zijn.
Intussen werden te Stockholm de onderhandelingen voortgezet, die er toe leidden, dat onze te Ravensbrück geïnterneerde landgenoten inderdaad naar Zweden werden overgebracht.............
Bijlage 22.
Prof. Mr. P. S. Gerbrandy
(oud-ministerpresident te Londen).
........................Scheveningen, 24 Juni 1947.
Ingevolge Uw verzoek heb ik een groot gedeelte der notulen van de Ministerraad geraadpleegd. Het resultaat is negatief. Ik heb nog gecorrespondeerd met onze ambassadeur in Londen. Deze schrijft o.m.: „Ik weet, dat aan de vertegenwoordiging van het Internationale „Rode Kruis verzocht is om na te gaan of uit Zwitserland voedselpakketten buiten de blokkade voor civiel-geïnterneerden van „welke nationaliteit ook, naar Duitsland gezonden zijn. Het „antwoord was, dat geen enkel land dit ooit heeft gedaan. Ik heb „ook in mijn verschillende pogingen om een doorbraak van de „geallieerde bepalingen te forceren meermalen met Drogheda en „Selborne hierover gesproken en er werd telkens op hetzelfde „bezwaar gestoten.-
„Ik herinner me, wat politieke gevangenen betreft, geen bepaalde „discussies in de Ministerraad, behalve deze algemene herinnering, „dat er telkens bij de ministers, onder wie dit werk ressorteerde, „druk werd uitgeoefend om zoveel mogelijk voor onze landgenoten, „politieke zowel als militaire krijgsgevangenen, te doen.
„Van het niet tijdig zenden van geld begrijp ik niets, omdat het „altijd het standpunt van van den Broek is geweest om elke som „beschikbaar te stellen, die onze landgenoten kon helpen.”
Ik moge nog op een bepaald punt Uw aandacht vestigen. Het komt mij hoogst onwaarschijnlijk voor, dat minister van den Tempel, wiens activiteit (b.v. inzake kinderuitzending) mij levendig voor de geest