83
Ik stelde ten spoedigste Ferwerda, de Groot en de leden der Adviescommissie van de toenmalige stand der onderhandelingen op de hoogte. Aangezien de geallieerde legers zich reeds aan de Rijn bevonden, wees ik op de gevaren, die de internés te Belsen zouden bedreigen, als het kamp in de gevechtszone zou geraken. Ook wees ik op de précaire voedselpositie en de waarschijnlijkheid van Duitse repressailles tegen de geinterneerden als de onderhandelingen zouden mislukken. Ook vestigde ik.de aandacht op de mogelijkheid tot bevrijding van politieke gevangenen uit andere kampen. Ik onderstreepte, dat niets ongedaan gelaten mocht worden, om de verwezenlijking der evacuatie te doen slagen en dat, waar van de gezant weinig initiatief te verwachten was, waar Woensdregt overbelast en veel uitstedig was en zijn secretaresse, mevr. Gravesen de nodige bevoegdheid miste, het dringend noodzakelijk was, iemand ten spoedigste met uitgebreide volmachten naar Stockholm te dirigeren. Ik verklaarde mij bereid, op korte termijn te vertrekken. Klaarblijkelijk werd echter de zaak niet belangrijk genoeg geacht, om mij of iemand anders naar Stockholm te zenden, want op
8 Maart schreef Ferwerda aan Woensdregt..... ,,it has occurred to
„me that it might perhaps be of some assistance to you if Mr. D.
,,were to assist in the reception of these people ........if you are
,,in agreement, I would still have to consider whether the matter is
,,of sufficiënt urgency and importance.....”(!) (§) Op mijn verzoek
werd circa een week later aan Woensdregt getelegrafeerd — echter in dezelfde geest. Een door mij aangeboden telegram, om nadere inlichtingen vragende, werd door de Groot niet verzonden. Op 14 Maart arriveerde een telegram uit Stockholm, meldende dat men aan de Noorse repatriëringsinstanties aldaar gevraagd had voor het bewuste doel autobussen beschikbaar te stellen; ons werd verzocht van de Noorse autoriteiten te Londen hiertoe de accoordverklaring te verkrijgen........
Ik stelde mij onmiddellijk 'in verbinding met de Noorse missie te
Londen.....die reeds door Stockholm ter zake georiënteerd bleken
te zijn. Na een oorspronkelijke afwijzing van ons verzoek wisten wij tenslotte de Noren er toe te bewegen, 15 a 20 bussen tijdelijk beschikbaar te stellen voor de evacuatie van Nederlanders uit Belsen........
Vanzelfsprekend was het van het uiterste belang Stockholm ten spoedigste er van te verwittigen, dat wij de beschikking over de Noorse bussen hadden kunnen verkrijgen en dus de transportkwestie als opgelost beschouwd kon worden. De heer de Groot was evenwel niet bereid mijn desbetreffend telegram naar Stockholm te doen verzenden. Gedurende de volgende 2 weken herhaalde ik 4 of 5 maal mijn verzoek, om Woensdregt van de beschikbaarstelling der transportmiddelen te verwittigen, onverschillig of het desbetreffende telegram door de Groot of door mij opgesteld zou worden. Steeds werden mijn verzoeken door de Groot afgewezen, onder mededeling, dat hij ter zake reeds met Buitenlandse Zaken in contact stond. Op mijn suggestie, dat ik zelf eens bij
(§) ... „Het kwam mij, voor, dat het misschien van enig nut voor U zou
zijn, als mijnheer D. U zou bijstaan bij het ontvangen van deze mensen......
als U het er mee eens bent, zou ik toch nog in overweging moeten nemen of de zaak in voldoende mate dringend en van belang is .....”